De Duitse week loopt van Montag (maandag) tot Sonntag (zondag). Leer elke weekdag met een tijdsbepaling: am Montag betekent op maandag, montags betekent elke maandag. Zo kun je een losse afspraak onderscheiden van een activiteit die elke week terugkomt.

Het idee

Am Montag noemt maandag; de context bepaalt of je één dag of een gewoonte bedoelt. Montags betekent uitdrukkelijk elke maandag. Nächsten Montag betekent volgende maandag en krijgt geen am.

Patronen vergelijken
Duits woord / uitdrukkingBetekenis en gebruik
der Montagmaandag — am Montag (op maandag); montags (elke maandag)
der Dienstagdinsdag — am Dienstag (op dinsdag); dienstags (elke dinsdag)
der Mittwochwoensdag — am Mittwoch (op woensdag); mittwochs (elke woensdag)
der Donnerstagdonderdag — am Donnerstag (op donderdag); donnerstags (elke donderdag)
der Freitagvrijdag — am Freitag (op vrijdag); freitags (elke vrijdag)
der Samstagzaterdag — am Samstag (op zaterdag); samstags (elke zaterdag)
der Sonntagzondag — am Sonntag (op zondag); sonntags (elke zondag)
das Wochenende, die Wochenendenweekend — am Wochenende (in het weekend)

Eén afspraak of elke week?

Montags betekent elke maandag. Am Montag kan over één maandag of een gewoonte gaan; de context bepaalt dat. Diesen Montag betekent deze maandag en nächsten Montag volgende maandag: hierbij staat geen am. Sonnabend is een ander woord voor Samstag, vooral in Noord- en Midden-Duitsland. Vergelijk morgen (morgen, de volgende dag) met der Morgen (de ochtend): Morgen komme ich betekent «morgen kom ik».

Voorbeelden

  • Am Montag arbeite ich zu Hause.Op maandag werk ik thuis.
  • Dienstags besucht Mina einen Kurs.Op dinsdagen volgt Mina een cursus.
  • Der Laden ist am Sonntag geschlossen.De winkel is op zondag gesloten.
  • Von Mittwoch bis Freitag bin ich in Bonn.Van woensdag tot vrijdag ben ik in Bonn.
  • Kommst du diesen Samstag?Kom je deze zaterdag?
  • Nächsten Donnerstag habe ich frei.Volgende donderdag ben ik vrij.

Voorlezen gebruikt een synthetische Duitse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

Schrijf de zelfstandige naamwoorden Montag en Dienstag met een hoofdletter. De bijwoorden montags en dienstags krijgen midden in de zin een kleine letter. Aan het begin van een zin hebben beide een hoofdletter.

Probeer het zelf

  1. Ein einzelner Tag: ___ Montag. (am / im)

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    am

    „am“ — Voor een bepaalde weekdag staat am.

  2. Jede Woche: Ich gehe ___ schwimmen. (mittwochs / Mittwoch)

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    mittwochs

    „mittwochs“ — De vorm op -s beschrijft een gewoonte en krijgt een kleine letter.

  3. Nach Dienstag kommt ___.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    Mittwoch

    „Mittwoch“ — Na dinsdag komt woensdag.

  4. Ohne Präposition: ___ Montag habe ich frei. (Nächsten / Nächster)

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    Nächsten

    „Nächsten“ — Deze tijdsbepaling zonder voorzetsel staat in de accusatief: nächsten Montag.

Gebruik het vandaag

Plan een week met twee afspraken op bepaalde dagen en twee activiteiten die iedere week terugkomen.