Het idee

Gebruik das Geschäft voor de nominatief enkelvoud, das Geschäft voor de accusatief, dem Geschäft voor de datief en des Geschäfts voor de genitief. Gebruik in de datief meervoud den Geschäften.

Patronen vergelijken
NaamvalEnkelvoudMeervoud
Nominativdas Geschäftdie Geschäfte
Akkusativdas Geschäftdie Geschäfte
Dativdem Geschäftden Geschäften
Genitivdes Geschäftsder Geschäfte

Betekenis en handige combinaties

Geschäft kan een winkel of een transactie betekenen. Ein Geschäft abschließen betekent een deal sluiten, niet een winkel afsluiten.

Handige combinaties: ein Geschäft eröffnen; im Geschäft; ein Geschäft abschließen. Oefen elke combinatie als volledige uitdrukking; het lidwoord hoort bij het zelfstandig naamwoord, ook als er een bijvoeglijk naamwoord tussen staat.

Lidwoordcontrole: nominatief enkelvoud

  • die Geschäft das Geschäft

    Deze controle vraagt om de nominatief enkelvoud: das Geschäft. In de hier behandelde betekenis is Geschäft onzijdig. De nominatief meervoud is die Geschäfte. Leer beide vormen samen; een vertaling bepaalt het Duitse geslacht niet.

Voorbeelden

  • Das Geschäft neben dem Kino verkauft Musikinstrumente.De winkel naast de bioscoop verkoopt muziekinstrumenten.
  • Wir eröffnen das Geschäft nach dem Umbau wieder.We heropenen de winkel na de verbouwing.
  • Im Geschäft kann man die Kopfhörer ausprobieren.In de winkel kun je de koptelefoon uitproberen.
  • Das Schaufenster des Geschäfts wird neu gestaltet.De etalage van de winkel wordt opnieuw ingericht.
  • Viele Geschäfte beteiligen sich am Stadtfest.Veel winkels doen mee aan het stadsfeest.
  • Vor den Geschäften stehen kleine Werbetafeln.Voor de winkels staan kleine reclameborden.

Voorlezen gebruikt een synthetische Duitse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

Neem het geslacht van een vertaald woord niet over in het Duits. Het basispaar om te leren is das Geschäft — die Geschäfte. Geschäft kan een winkel of een transactie betekenen. Ein Geschäft abschließen betekent een deal sluiten, niet een winkel afsluiten.

Probeer het zelf

  1. ___ Geschäft (der / die / das)

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    das

    das: Geschäft is onzijdig.

  2. Meervoud: das Geschäft → die ___

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    Geschäfte

    Geschäfte: het meervoud heeft in de nominatief en accusatief het lidwoord die.

  3. Datief enkelvoud: mit ___ Geschäft (dem / der)

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    dem

    dem: mit staat met de datief, dus mit dem Geschäft.

Gebruik het vandaag

Lees de zes situaties, herken Geschäft en de vormen ervan en maak daarna de controles voor lidwoord, meervoud en datief zonder naar de tabel te kijken.