Het idee

Gebruik der Zug voor de nominatief enkelvoud, den Zug voor de accusatief, dem Zug voor de datief en des Zuges voor de genitief. In de datief meervoud gebruik je den Zügen.

Patronen vergelijken
NaamvalEnkelvoudMeervoud
Nominativder Zugdie Züge
Akkusativden Zugdie Züge
Dativdem Zugden Zügen
Genitivdes Zugesder Züge

Betekenis en handige combinaties

Zug kan meerdere betekenissen hebben; dit onderdeel richt zich op het spoorvervoer. In het meervoud Züge komt een umlaut bij.

Handige combinaties: mit dem Zug fahren; den Zug erreichen; der Regionalzug. Oefen elke combinatie als volledige zin of uitdrukking; het lidwoord hoort bij het zelfstandig naamwoord, ook als er een bijvoeglijk naamwoord tussen staat.

Lidwoordcontrole: nominatief enkelvoud

  • die Zug der Zug

    Deze controle vraagt naar de nominatief enkelvoud: der Zug. In de hier behandelde betekenis is Zug mannelijk. De nominatief meervoud is die Züge. Leer beide vormen samen; een Nederlandse vertaling bepaalt het Duitse geslacht niet.

Voorbeelden

  • Der Zug nach Norden hält heute an Gleis drei.De trein naar het noorden stopt vandaag op spoor drie.
  • Wir erreichen den Zug gerade noch rechtzeitig.We halen de trein nog net op tijd.
  • Im Zug gibt es einen Bereich für Fahrräder.In de trein is er een gedeelte voor fietsen.
  • Die Türen des Zuges schließen automatisch.De deuren van de trein sluiten automatisch.
  • Die Züge fahren hier im Halbstundentakt.De treinen rijden hier om het halfuur.
  • Zwischen den Zügen bleibt genug Zeit zum Umsteigen.Tussen de treinen is er genoeg tijd om over te stappen.

Voorlezen gebruikt een synthetische Duitse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

Neem het geslacht van een vertaald woord niet over in het Duits. Het basisleerpaar is der Zug — die Züge. Zug kan meerdere betekenissen hebben; dit onderdeel richt zich op het spoorvervoer. In het meervoud Züge komt een umlaut bij.

Probeer het zelf

  1. ___ Zug (der / die / das)

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    der

    der: Zug is mannelijk.

  2. Meervoud: der Zug → die ___

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    Züge

    Züge: het meervoud heeft in de nominatief en de accusatief het lidwoord die.

  3. Datief enkelvoud: mit ___ Zug (dem / der)

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    dem

    dem: mit vraagt de datief, dus mit dem Zug.

Gebruik het vandaag

Lees de zes situaties, herken Zug en de bijbehorende vormen en maak daarna de controles voor lidwoord, meervoud en datief zonder naar de tabel te kijken.