Het idee

In deze set worden “die Sohle” (zool), “der Absatz” (hak), “der Schnürsenkel” (veter), “die Lasche” (tong of flap), “die Einlegesohle” (inlegzool) en “die Schnalle” (gesp) elk in één betekenis aangeleerd. Leer elk zelfstandig naamwoord met zijn lidwoord en met de betekenis die in deze opdracht wordt gebruikt. De kolom met het meervoud toont een bruikbaar meervoud voor die betekenis; een streepje wijst op een stofnaam, een als zelfstandig naamwoord gebruikte handeling of een vorm zonder gewoon telbaar meervoud. Sommige woorden hebben buiten deze scène nog andere betekenissen.

Patronen vergelijken
Duitse termMeervoud bij dit gebruikBetekenis
die Sohledie Sohlenzool
der Absatzdie Absätzehak
der Schnürsenkeldie Schnürsenkelveter
die Laschedie Laschentong of flap
die Einlegesohledie Einlegesohleninlegzool
die Schnalledie Schnallengesp

Voorbeelden

  • Die Sohle löst sich vorne vom Schuh.De zool komt aan de voorkant los van de schoen.
  • Der rechte Absatz ist stärker abgenutzt.De rechterhak is meer versleten.
  • Ein Schnürsenkel ist an der Spitze ausgefranst.Eén veter is aan de punt rafelig.
  • Die Lasche rutscht beim Gehen zur Seite.De tong schuift tijdens het lopen opzij.
  • Diese Einlegesohle gehört zum linken Schuh.Deze inlegzool hoort bij de linkerschoen.
  • Die Schnalle schließt nicht mehr vollständig.De gesp sluit niet meer helemaal.

Voorlezen gebruikt een synthetische Duitse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

Gebruik “die Sohle” en “der Absatz” niet als verwisselbare benamingen: hier betekenen ze zool en hak. Noem het kenmerk dat je werkelijk bedoelt en gebruik de voorbeelden om het te onderscheiden van verwante termen.

Probeer het zelf

  1. Welk woord betekent “zool”? Noem ook het lidwoord.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    die Sohle

    die Sohle betekent in deze set zool. Houd het lidwoord bij het zelfstandig naamwoord.

  2. Welke meervoudsvorm staat vermeld bij “der Absatz”? Leg zo nodig het streepje uit.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    die Absätze

    die Absätze. Dit is het meervoud dat voor deze betekenis wordt genoemd; het lidwoord in het meervoud is die.

  3. Schrijf in het Duits: Deze inlegzool hoort bij de linkerschoen.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    Diese Einlegesohle gehört zum linken Schuh.

    Diese Einlegesohle gehört zum linken Schuh. — Deze inlegzool hoort bij de linkerschoen. Dit voorbeeld plaatst het woord in een complete, praktische bewering of vraag.

Gebruik het vandaag

Beschrijf in drie Duitse zinnen een echte situatie met de onderdelen van schoenen en gebruik daarbij “die Sohle”, “der Absatz” en “der Schnürsenkel” met hun lidwoorden. Gebruik daarna één van deze woorden in het meervoud (“die Sohlen”).