Gebruik です om eenvoudige Japanse zinnen te maken en te begrijpen. Zet です na een zelfstandig naamwoord voor een beleefde mededeling: de spreker is student.
Het idee
Zet です na een zelfstandig naamwoord voor een beleefde mededeling: de spreker is student. Ook een な-bijvoeglijk naamwoord zoals 静か krijgt als gezegde です, zonder な ervoor. Een aanwijzend woord zoals これ kan het thema zijn, gevolgd door een zelfstandig naamwoord en です.
| Woord | Beleefd gezegde |
|---|---|
| 学生 | 学生です |
| 静か | 静かです |
| 本 | 本です |
Voorbeelden
- 私は学生です。Ik ben student.
- 田中さんは先生です。Tanaka is docent.
- 今日は休みです。Vandaag is een vrije dag.
- 日本の車です。Het is een Japanse auto.
- これは日本の本です。Dit is een boek uit Japan.
- この町は静かです。Deze stad is rustig.
Voorlezen gebruikt een synthetische Japanse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.
Er is geen Japanse stem op je apparaat beschikbaar. Je kunt de tekst lezen en de gekoppelde luisterbronnen gebruiken.
Let op
Zet です niet achter de woordenboekvorm van een werkwoord: gebruik een beleefde vorm zoals 行きます. Een gewone naamwoordzin eindigt vaak op だ.
Probeer het zelf
私は学生_。(です/ます)
Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord
です
Zet です na een zelfstandig naamwoord voor een beleefde mededeling: de spreker is student.
この町は静か_。(です/ます)
Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord
です
Ook een な-bijvoeglijk naamwoord zoals 静か krijgt als gezegde です, zonder な ervoor.
これは本_。(です/ます)
Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord
です
Een aanwijzend woord zoals これ kan het thema zijn, gevolgd door een zelfstandig naamwoord en です.
Oefenronde
Beantwoord vragen en zet waar mogelijk Japanse zinnen weer in elkaar. We bewaren je score.
私は学生_。(です/ます)
この町は静か_。(です/ます)
これは本_。(です/ます)
Tik de woorden in de juiste volgorde aan.
Tik de woorden in de juiste volgorde aan.
Tik de woorden in de juiste volgorde aan.
Bewaar je voortgang
Maak gratis een account aan om je oefenresultaten daarin op te slaan.
Account maken en opslaanIk heb al een accountGebruik het vandaag
Schrijf twee Japanse zinnen met です. Leg uit wat ze betekenen en vergelijk de vormen met de voorbeelden.

