Een bijvoeglijk naamwoord als naamwoord krijgt een hoofdletter: ein Bekannter.

Het idee

De uitgangen blijven bijvoeglijk: der Bekannte, ein Bekannter, mit einem Bekannten.

Patronen vergelijken
KenmerkVorm
der + eerste naamvalder Bekannte
ein + eerste naamvalein Bekannter
einem + derde naamvaleinem Bekannten
etwas + onzijdigetwas Neues

Bekijk het nauwkeuriger

Bij een weggelaten maar bekend naamwoord blijft de kleine letter: Ich nehme die rote [Jacke].

Van het bijvoeglijk naamwoord bekannt maak je een persoonsaanduiding: ein Bekannter. Der markeert al mannelijk nominatief: der Bekannte. Na ein krijgt het bijvoeglijk naamwoord -er: ein Bekannter. Na mit tonen beide vormen datief: mit einem Bekannten.

Voorbeelden

  • Ein Bekannter ruft an.Een bekende belt.
  • Die Bekannte wartet draußen.De bekende wacht buiten.
  • Ich helfe einem Verletzten.Ik help een gewonde.
  • Wir suchen etwas Neues.We zoeken iets nieuws.
  • Es fehlt nichts Wichtiges.Er ontbreekt niets belangrijks.
  • Die Reisenden steigen aus.De reizigers stappen uit.

Voorlezen gebruikt een synthetische Duitse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

Na etwas en nichts komt in de nominatief en accusatief onzijdig -es: etwas Neues, nichts Wichtiges. In de datief komt -em: mit etwas Neuem.

Probeer het zelf

  1. Ein ___ ruft an. (bekannt, Person)

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    Bekannter

    Ein Bekannter ruft an. — Een bijvoeglijk naamwoord als naamwoord krijgt een hoofdletter: ein Bekannter.

  2. Ich helfe einem ___. (verletzt, Person)

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    Verletzten

    Ich helfe einem Verletzten. — De uitgangen blijven bijvoeglijk: der Bekannte, ein Bekannter, mit einem Bekannten.

  3. Wir suchen etwas ___. (neu)

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    Neues

    Wir suchen etwas Neues. — Na etwas en nichts komt in de nominatief en accusatief onzijdig -es: etwas Neues, nichts Wichtiges. In de datief komt -em: mit etwas Neuem.

  4. Welche Jacke? Ich nehme die ___. (rot)

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    rote

    Ich nehme die rote. — Bij een weggelaten maar bekend naamwoord blijft de kleine letter: Ich nehme die rote [Jacke].

Gebruik het vandaag

Beschrijf een bezoeker en vertel iets nieuws. Controleer hoofdletters en uitgangen.