





Het idee
Gebruik versprechen voor het doen van een belofte. Gebruik zusagen voor het accepteren van een uitnodiging of het zich verbinden aan iets. Lees de hele zin voordat je kiest: het voorwerp, de situatie, de tijdsaanduiding en de verhouding tussen de sprekers kunnen bepalen welke uitdrukking beter past. Waar de betekenissen overlappen, kunnen beide mogelijk zijn, met een andere nadruk. De verwijzingstabel geeft de betekenissen die hier worden onderwezen; andere woordenboekbetekenissen kunnen een andere vertaling vragen.
| Uitdrukking | Betekenis in vergelijking |
|---|---|
| versprechen | „Versprechen“ gibt jemandem ein verbindliches Wort. |
| zusagen | „Zusagen“ bestätigt häufig eine Einladung oder Unterstützung. |
Voorbeelden
- Ich verspreche dir, morgen anzurufen.Ik beloof je dat ik morgen bel.
- Drei Kolleginnen haben für das Essen zugesagt.Drie collega's hebben de uitnodiging voor het eten aangenomen.
- Der Verkäufer verspricht eine schnelle Lieferung.De verkoper belooft een snelle levering.
- Die Firma hat uns Hilfe zugesagt.Het bedrijf heeft ons hulp toegezegd.
- Bitte versprich nichts, was du nicht halten kannst.Beloof alsjeblieft niets wat je niet kunt waarmaken.
- Unsere Nachbarin hat ihre Teilnahme zugesagt.Onze buurvrouw heeft haar deelname toegezegd.
Voorlezen gebruikt een synthetische Duitse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.
Er is geen Duitse apparaatstem beschikbaar. Je kunt de tekst lezen en de gelinkte luisterbronnen gebruiken.
Let op
Etwas sagt mir zu kan ook 'ik vind het prettig' betekenen; dat is geen antwoord op een uitnodiging.
Probeer het zelf
Welke betekenis heeft „versprechen“ in de eerste voorbeeldzin? Leg het verschil met de betekenis van „zusagen“ uit.
Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord
„Versprechen“ gibt jemandem ein verbindliches Wort. „Zusagen“ bestätigt häufig eine Einladung oder Unterstützung.
versprechen past bij het doen van een belofte; de Duitse definitie geeft de bedoelde betekenis.
Leg de woordkeuze in deze zin uit. Welke betekenis zou met de andere uitdrukking bedoeld zijn? Drei Kolleginnen haben für das Essen zugesagt.
Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord
zusagen: „Zusagen“ bestätigt häufig eine Einladung oder Unterstützung.
Drei Kolleginnen haben für das Essen zugesagt. gebruikt zusagen voor het accepteren van een uitnodiging of het zich verbinden aan iets. Het antwoord hangt af van deze context, niet alleen van de spelling van het woord.
Schrijf voor elke uitdrukking een eigen zin. Gebruik „versprechen“ en „zusagen“ in verschillende situaties.
Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord
Mögliche Lösungen: Der Verkäufer verspricht eine schnelle Lieferung. Die Firma hat uns Hilfe zugesagt.
Het modelpaar houdt de betekenissen gescheiden: versprechen drukt het doen van een belofte uit, terwijl zusagen het accepteren van een uitnodiging of het zich verbinden aan iets uitdrukt. Andere originele zinnen zijn mogelijk als hun context de gekozen betekenis ondersteunt.
Oefenronde
Beantwoord drie vragen en zet daarna drie Duitse zinnen weer in elkaar. We bewaren je score.
Welke betekenis heeft „versprechen“ in de eerste voorbeeldzin? Leg het verschil met de betekenis van „zusagen“ uit.
„Versprechen“ gibt jemandem ein verbindliches Wort. „Zusagen“ bestätigt häufig eine Einladung oder Unterstützung.
Leg de woordkeuze in deze zin uit. Welke betekenis zou met de andere uitdrukking bedoeld zijn? Drei Kolleginnen haben für das Essen zugesagt.
zusagen: „Zusagen“ bestätigt häufig eine Einladung oder Unterstützung.
Schrijf voor elke uitdrukking een eigen zin. Gebruik „versprechen“ en „zusagen“ in verschillende situaties.
Mögliche Lösungen: Der Verkäufer verspricht eine schnelle Lieferung. Die Firma hat uns Hilfe zugesagt.
Tik de woorden in de juiste volgorde aan.
Tik de woorden in de juiste volgorde aan.
Tik de woorden in de juiste volgorde aan.
Bewaar je voortgang
Maak gratis een account aan om je oefenresultaten op te slaan en verder te gaan met het verhaal in het spel.
Account maken en opslaanIk heb al een accountGebruik het vandaag
Beschrijf twee echte situaties uit je dag. Gebruik versprechen in de ene en zusagen in de andere. Onderstreep het detail waardoor de gekozen betekenis past. Als beide uitdrukkingen zouden kunnen, leg dan het verschil in nadruk uit in plaats van het alternatief automatisch fout te noemen.

