Het idee

Leer de volledige constructie sich ärgern über, inclusief de aanvulling in de accusatief. Het voorzetsel über hoort bij de constructie; leid de naamval niet af uit het Nederlands. In een ja/nee-vraag komt de persoonsvorm vóór het onderwerp, maar de aanvulling behoudt haar naamval.

Patronen vergelijken
PatroonNaamval
sich ärgern überAkkusativ

Herstel de aanvulling

  • Ich ärgere mich über dem Fehler. Ich ärgere mich über den Fehler.

    Über neemt de accusatief voor de oorzaak van de ergernis.

Voorbeelden

  • Ich ärgere mich über den unlesbaren Ausdruck.Ik erger me aan de onleesbare uitdraai.
  • Ärgere ich mich über den unlesbaren Ausdruck?Erger ik me aan de onleesbare uitdraai?
  • Die Fahrgäste ärgern sich über die fehlende Durchsage.De passagiers ergeren zich aan de ontbrekende omroep.
  • Ärgern die Fahrgäste sich über die fehlende Durchsage?Ergeren de passagiers zich aan de ontbrekende omroep?
  • Wir ärgern uns über den unnötigen Umweg.Wij ergeren ons aan de onnodige omweg.
  • Ärgern wir uns über den unnötigen Umweg?Ergeren wij ons aan de onnodige omweg?

Voorlezen gebruikt een synthetische Duitse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

Über neemt de accusatief voor de oorzaak van de ergernis.

Probeer het zelf

  1. sich ärgern ___ — vul het voorzetsel in

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    über

    über: dit is het vereiste voorzetsel in sich ärgern über.

  2. Verbeter: Ich ärgere mich über dem Fehler.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    Ich ärgere mich über den Fehler.

    Ich ärgere mich über den Fehler. Über neemt de accusatief voor de oorzaak van de ergernis.

  3. Maak er een ja/nee-vraag van: Ich ärgere mich über den unlesbaren Ausdruck.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    Ärgere ich mich über den unlesbaren Ausdruck?

    Ärgere ich mich über den unlesbaren Ausdruck? De persoonsvorm staat vooraan; de aanvulling behoudt haar naamval.

Gebruik het vandaag

Schrijf twee zinnen over je eigen week met sich ärgern über: een stellende zin en de bijbehorende ja/nee-vraag. De woordvolgorde verandert, maar de aanvulling blijft in de accusatief; vergelijk beide met “Ich ärgere mich über den Fehler.”.