Het idee

Leer de volledige constructie stolz auf, inclusief de aanvulling in de Akkusativ. Het voorzetsel auf hoort bij de constructie; leid de naamval niet af uit het Nederlands. In een ja/nee-vraag komt de persoonsvorm vóór het onderwerp, terwijl de aanvulling haar naamval behoudt.

Patronen vergelijken
PatroonNaamval
stolz aufAkkusativ

Herstel de aanvulling

  • Ich bin stolz auf meinem Brief. Ich bin stolz auf meinen Brief.

    Auf hoort bij het bijvoeglijk naamwoord stolz en vereist in deze constructie de accusatief; het is geen plaatsaanduiding.

Voorbeelden

  • Ich bin stolz auf meinen ersten selbst geschriebenen Brief.Ik ben trots op mijn eerste zelfgeschreven brief.
  • Bin ich stolz auf meinen ersten selbst geschriebenen Brief?Ben ik trots op mijn eerste zelfgeschreven brief?
  • Die Trainerin ist stolz auf ihre junge Mannschaft.De trainster is trots op haar jonge team.
  • Ist die Trainerin stolz auf ihre junge Mannschaft?Is de trainster trots op haar jonge team?
  • Wir sind stolz auf das gemeinsam gebaute Regal.Wij zijn trots op de kast die we samen hebben gebouwd.
  • Sind wir stolz auf das gemeinsam gebaute Regal?Zijn wij trots op de kast die we samen hebben gebouwd?

Voorlezen gebruikt een synthetische Duitse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

Auf hoort bij het bijvoeglijk naamwoord stolz en vereist in deze constructie de accusatief; het is geen plaatsaanduiding.

Probeer het zelf

  1. stolz ___ — vul het voorzetsel in

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    auf

    auf: dit is het vereiste voorzetsel in stolz auf.

  2. Verbeter: Ich bin stolz auf meinem Brief.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    Ich bin stolz auf meinen Brief.

    Ich bin stolz auf meinen Brief. Auf hoort bij het bijvoeglijk naamwoord stolz en vereist in deze constructie de accusatief; het is geen plaatsaanduiding.

  3. Maak er een ja/nee-vraag van: Ich bin stolz auf meinen ersten selbst geschriebenen Brief.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    Bin ich stolz auf meinen ersten selbst geschriebenen Brief?

    Bin ich stolz auf meinen ersten selbst geschriebenen Brief? De persoonsvorm staat vooraan; de aanvulling behoudt haar naamval.

Gebruik het vandaag

Schrijf twee zinnen over je eigen week met stolz auf: een bewerende zin en de bijbehorende ja/nee-vraag. De woordvolgorde verandert, maar de aanvulling blijft in de Akkusativ; vergelijk beide met “Ich bin stolz auf meinen Brief.”.