De geholpen persoon of groep staat na helfen in datief.

Het idee

Oefen mir helfen, der Nachbarin helfen, den Kindern helfen. De vormen zijn du hilfst, er hilft en hat geholfen.

Patronen vergelijken
Form / MusterBeispiel / Gegensatz
Präsensich helfe / du hilfst / er hilft
Dativmir / dir / ihm / ihr / uns / euch / ihnen / Ihnen
Perfekthat geholfen

Voorbeelden

  • Ich helfe meinem Bruder.
  • Hilfst du mir beim Kochen?
  • Sie hilft der Nachbarin mit dem Computer.
  • Wir haben den Kindern geholfen.
  • Er hilft uns, die Kisten zu tragen.
  • Kann ich Ihnen helfen?

Voorlezen gebruikt een synthetische Duitse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

In Perfekt wordt het hulpwerkwoord vervoegd en staat het hoofdwerkwoord in Partizip II: hat geholfen. Gebruik hier geen infinitief in plaats van het deelwoord.

Probeer het zelf

  1. Sie hilft ___ Mann. (dem / den)

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    dem

    Antwoord: “dem”. Deze aanvulling is datief; lidwoord, voornaamwoord of bijvoeglijk naamwoord moeten passen.

  2. Du ___ mir sehr. (helfen)

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    hilfst

    Antwoord: “hilfst”. Controleer het onderwerp: de stam wisselt bij du en er/sie/es, doorgaans niet in meervoud.

  3. Wir haben ihr ___. (helfen)

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    geholfen

    Antwoord: “geholfen”. Het hulpwerkwoord draagt tijd en persoon; het laatste werkwoord krijgt het voltooid deelwoord.

Gebruik het vandaag

Gebruik “Ich helfe meinem Bruder.” als model. Vervang de naamwoordgroep door twee nieuwe personen of voorwerpen en leg de naamval uit.