Lees het hele verhaal om de situatie te begrijpen. Zoek bij de tweede lezing het keerpunt. De voorbeelden herhalen bruikbare formuleringen uit de tekst. Beantwoord de vragen voordat je de uitleg opent.






Het idee
Houd aankopen en het cadeau uit elkaar en controleer je begrip met het overgebleven geld.
Lees de tekst
Am Samstag geht Noor auf den Markt. Sie hat zehn Euro und einen Einkaufszettel: Tomaten, Brot und Äpfel. Am ersten Stand kauft sie vier Tomaten. Sie kosten zwei Euro. Das Brot kostet drei Euro. Jetzt hat Noor noch fünf Euro.
Bei den Äpfeln steht ein Junge. Er sucht etwas auf dem Boden. „Was fehlt?“, fragt Noor. „Meine Münze“, sagt der Junge. „Ich möchte einen Apfel kaufen.“ Noor sieht unter dem Tisch eine kleine Münze. Sie gibt sie dem Jungen. Er freut sich.
Die Verkäuferin sieht das und schenkt Noor eine Birne. „Für Ihre Hilfe“, sagt sie. Noor kauft noch vier Äpfel für zwei Euro. Zu Hause legt sie alles auf den Tisch. Sie hat drei Euro übrig. Neben dem Einkaufszettel liegt die Birne. Die steht nicht auf der Liste, aber Noor freut sich besonders über sie.
Voorbeelden
- Noor hat einen Einkaufszettel.
- Vier Tomaten kosten zwei Euro.
- Der Junge sucht eine Münze.
- Die Münze liegt unter dem Tisch.
- Die Verkäuferin schenkt Noor eine Birne.
- Noor hat drei Euro übrig.
Voorlezen gebruikt een synthetische Duitse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.
Er is geen Duitse apparaatstem beschikbaar. Je kunt de tekst lezen en de gelinkte luisterbronnen gebruiken.
Let op
Antwoord niet op basis van één bekend woord. Controleer wie handelt, wat verandert en of de informatie bij het begin of einde hoort. Onderbouw je antwoord met de Duitse tekst.
Probeer het zelf
Wo findet Noor die Münze?
Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord
Unter dem Tisch.
Noor vindt de munt onder de tafel en geeft hem terug.
Warum bekommt Noor eine Birne?
Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord
Weil sie dem Jungen hilft.
De verkoopster geeft de peer als dank voor haar hulp.
Wie viel Geld hat Noor am Ende?
Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord
Drei Euro.
Van tien euro gaan twee, drie en twee euro af; er blijven drie over.
Oefenronde
Beantwoord drie vragen en zet daarna drie Duitse zinnen weer in elkaar. We bewaren je score.
Wo findet Noor die Münze?
Warum bekommt Noor eine Birne?
Weil sie dem Jungen hilft.
Wie viel Geld hat Noor am Ende?
Tik de woorden in de juiste volgorde aan.
Tik de woorden in de juiste volgorde aan.
Tik de woorden in de juiste volgorde aan.
Bewaar je voortgang
Maak gratis een account aan om je oefenresultaten op te slaan en verder te gaan met het verhaal in het spel.
Account maken en opslaanIk heb al een accountGebruik het vandaag
Vertel het verhaal in drie tot vijf Duitse zinnen na: beginsituatie, probleem en uitkomst. Gebruik twee uitdrukkingen uit de voorbeelden en verzin een aannemelijke zin over de volgende dag.

