Lees het hele verhaal om de situatie te begrijpen. Zoek bij de tweede lezing het keerpunt. De voorbeelden herhalen bruikbare formuleringen uit de tekst. Beantwoord de vragen voordat je de uitleg opent.

Het idee

Volg de twee ontbrekende producten en let op hoe Lina en Emil samen hun ontbijt aanpassen.

Lees de tekst

Es ist Sonntag. Lina steht um acht Uhr auf. Ihr Bruder Emil kommt heute zum Frühstück. Auf dem Tisch stehen zwei Teller und zwei Tassen. Lina hat Brot, Käse und drei Eier. Sie möchte auch Kaffee machen. Aber es ist keine Milch mehr da.

Lina geht schnell zum kleinen Laden. An der Tür steht: „Sonntag geschlossen“. Was macht sie jetzt? Vor dem Laden sieht sie ihren Bruder. Er trägt eine Tasche. „Guten Morgen!“, sagt Emil. „Ich habe Milch und Äpfel.“ Lina lacht. Gemeinsam gehen sie nach Hause.

Emil schneidet die Äpfel. Lina kocht die Eier. Dann sitzen sie am Tisch. „Wo ist der Kaffee?“, fragt Emil. Lina schaut in den Schrank. Es ist auch kein Kaffee mehr da! Emil sagt: „Kein Problem. Ich trinke gern Tee.“ Sie trinken Tee und essen lange zusammen.

Voorbeelden

  • Auf dem Tisch stehen zwei Tassen.
  • Es ist keine Milch mehr da.
  • Der Laden ist geschlossen.
  • Emil trägt eine Tasche.
  • Lina kocht die Eier.
  • Sie trinken zusammen Tee.

Voorlezen gebruikt een synthetische Duitse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

Antwoord niet op basis van één bekend woord. Controleer wie handelt, wat verandert en of de informatie bij het begin of einde hoort. Onderbouw je antwoord met de Duitse tekst.

Probeer het zelf

  1. Wer bringt Milch mit?

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    Emil bringt Milch mit.

    Emil brengt de melk mee die Lina niet kon kopen.

  2. Warum kauft Lina keine Milch?

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    Der Laden ist am Sonntag geschlossen.

    Op de winkeldeur staat dat de winkel op zondag gesloten is.

  3. Was trinken Lina und Emil am Ende?

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    Sie trinken Tee.

    Ook de koffie is op, daarom stelt Emil thee voor.

Gebruik het vandaag

Vertel het verhaal in drie tot vijf Duitse zinnen na: beginsituatie, probleem en uitkomst. Gebruik twee uitdrukkingen uit de voorbeelden en verzin een aannemelijke zin over de volgende dag.