Vraag naar prijzen, kies een betaalwijze en vraag om een aankoopbewijs. Let op dit voorbeeld: „Wie viel kostet dieser Rucksack?“

Het idee

Mit Karte betekent met de kaart en bar contant; onderscheid Kasse en Kassenbon.

Patronen vergelijken
Wort / AusdruckForm / Gebrauch
der Preis, die Preisenach dem Preis fragen
die Kasse, die Kassenan der Kasse zahlen
der Kassenbon, die Kassenbonsden Kassenbon aufheben
das Bargeld (kein Plural)bar zahlen
die Karte, die Kartenmit Karte zahlen
die Münze, die Münzeneine Zwei-Euro-Münze
der Schein, die Scheineein Zehn-Euro-Schein
das Wechselgeld (kein Plural)Wechselgeld bekommen
das Angebot, die Angeboteim Angebot sein

Voorbeelden

  • Wie viel kostet dieser Rucksack?
  • Ich zahle mit Karte.
  • Kann ich den Kassenbon bekommen?
  • Der Preis ist heute niedriger.
  • Die Kasse ist gleich rechts.
  • Ich habe nur einen Zehn-Euro-Schein.

Voorlezen gebruikt een synthetische Duitse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

Kasse is de kassa, Karte de kaart en Kassenbon de bon; verwissel die woorden niet.

Probeer het zelf

  1. Ergänze: Ich zahle mit ___. (Karte / Kasse)

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    Karte

    „Karte“ — Mit Karte is betalen met kaart; Kasse is de kassa.

  2. Der Nachweis des Einkaufs: der ___.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    Kassenbon

    „Kassenbon“ — Een Kassenbon is het bewijs van een winkelaankoop.

  3. Mehrzahl: der Preis → die ___.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    Preise

    „Preise“ — Het meervoud van Preis is Preise: voeg -e toe.

Gebruik het vandaag

Verzin een winkelbezoek met drie prijzen en schrijf een vraag over de betaalwijze.