Het idee

Leer de volledige constructie abzüglich, inclusief het complement in de Genitiv. Het voorzetsel abzüglich hoort bij de constructie; leid de naamval niet af uit het Nederlands. In een ja/nee-vraag komt de persoonsvorm vóór het onderwerp te staan, maar het complement behoudt zijn naamval.

Patronen vergelijken
PatroonNaamval
abzüglichGenitiv

Herstel het complement

  • Abzüglich der Gutschein bleiben zehn Euro. Abzüglich des Gutscheins bleiben zehn Euro.

    Abzüglich vraagt in deze groep met zichtbare naamvalsmarkering de genitief: des Gutscheins.

Voorbeelden

  • Der Restbetrag beträgt abzüglich des Gutscheins zwölf Euro.Het resterende bedrag is twaalf euro na aftrek van de waardebon.
  • Beträgt der Restbetrag abzüglich des Gutscheins zwölf Euro?Is het resterende bedrag twaalf euro na aftrek van de waardebon?
  • Wir berechnen die Summe abzüglich einer bereits geleisteten Zahlung.Wij berekenen het totaal min een reeds gedane betaling.
  • Berechnen wir die Summe abzüglich einer bereits geleisteten Zahlung?Berekenen wij het totaal min een reeds gedane betaling?
  • Der Preis gilt abzüglich des angekündigten Rabatts.De prijs geldt na aftrek van de aangekondigde korting.
  • Gilt der Preis abzüglich des angekündigten Rabatts?Geldt de prijs na aftrek van de aangekondigde korting?

Voorlezen gebruikt een synthetische Duitse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

Abzüglich vraagt in deze groep met zichtbare naamvalsmarkering de genitief: des Gutscheins.

Probeer het zelf

  1. abzüglich — welke naamval staat bij de aanvulling?

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    Genitiv

    Genitiv: dit is de vereiste naamval bij abzüglich.

  2. Verbeter: Abzüglich der Gutschein bleiben zehn Euro.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    Abzüglich des Gutscheins bleiben zehn Euro.

    Abzüglich des Gutscheins bleiben zehn Euro. Abzüglich vraagt in deze groep met zichtbare naamvalsmarkering de genitief: des Gutscheins.

  3. Maak er een ja/nee-vraag van: Der Restbetrag beträgt abzüglich des Gutscheins zwölf Euro.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    Beträgt der Restbetrag abzüglich des Gutscheins zwölf Euro?

    Beträgt der Restbetrag abzüglich des Gutscheins zwölf Euro? De persoonsvorm staat vooraan; het complement behoudt zijn naamval.

Gebruik het vandaag

Schrijf twee zinnen over je eigen week met abzüglich: een bewering en de bijbehorende ja/nee-vraag. De woordvolgorde verandert, maar het complement blijft in de Genitiv; vergelijk beide met “Abzüglich des Gutscheins bleiben zehn Euro.”.