Het idee

Leer de volledige constructie wählen zwischen, inclusief de aanvulling in de datief. Het voorzetsel zwischen hoort bij de constructie; leid de naamval niet af uit het Nederlands. In een ja/nee-vraag komt de persoonsvorm vóór het onderwerp, maar de aanvulling behoudt haar naamval.

Patronen vergelijken
PatroonNaamval
wählen zwischenDativ

Herstel de aanvulling

  • Ich wähle zwischen den Zug und den Bus. Ich wähle zwischen dem Zug und dem Bus.

    De alternatieven na zwischen staan in de datief; het uiteindelijk gekozen object kan afzonderlijk in de accusatief staan.

Voorbeelden

  • Ich wähle zwischen einem Kurs am Abend und einem am Samstag.Ik kies tussen een avondcursus en een cursus op zaterdag.
  • Wähle ich zwischen einem Kurs am Abend und einem am Samstag?Kies ik tussen een avondcursus en een cursus op zaterdag?
  • Die Kundin wählt zwischen zwei verschiedenen Größen.De klant kiest tussen twee verschillende maten.
  • Wählt die Kundin zwischen zwei verschiedenen Größen?Kiest de klant tussen twee verschillende maten?
  • Wir wählen zwischen dem kurzen und dem langen Rundweg.Wij kiezen tussen de korte en de lange rondwandeling.
  • Wählen wir zwischen dem kurzen und dem langen Rundweg?Kiezen wij tussen de korte en de lange rondwandeling?

Voorlezen gebruikt een synthetische Duitse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

De alternatieven na zwischen staan in de datief; het uiteindelijk gekozen object kan afzonderlijk in de accusatief staan.

Probeer het zelf

  1. wählen ___ — vul het voorzetsel in

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    zwischen

    zwischen: dit is het vereiste voorzetsel in wählen zwischen.

  2. Verbeter: Ich wähle zwischen den Zug und den Bus.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    Ich wähle zwischen dem Zug und dem Bus.

    Ich wähle zwischen dem Zug und dem Bus. De alternatieven na zwischen staan in de datief; het uiteindelijk gekozen object kan afzonderlijk in de accusatief staan.

  3. Maak er een ja/nee-vraag van: Ich wähle zwischen einem Kurs am Abend und einem am Samstag.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    Wähle ich zwischen einem Kurs am Abend und einem am Samstag?

    Wähle ich zwischen einem Kurs am Abend und einem am Samstag? De persoonsvorm staat vooraan; de aanvulling behoudt haar naamval.

Gebruik het vandaag

Schrijf twee zinnen over je eigen week met wählen zwischen: een stellende zin en de bijbehorende ja/nee-vraag. De woordvolgorde verandert, maar de aanvulling blijft in de datief; vergelijk beide met “Ich wähle zwischen dem Zug und dem Bus.”.