Nora kan haar sleutel niet vinden. Lees eerst om de vindplaats te ontdekken en daarna om personen en plekken te volgen.

Het idee

Zoek bij de eerste lezing het probleem en de oplossing. Zoek daarna de woorden voor sleutel, tas en tafel. Vergelijk onder de tafel zoeken met eronder liggen. Enkele verleden vormen leggen eerdere gebeurtenissen uit; je hoeft niet elke vorm te beheersen om de handeling te volgen.

Lees de tekst

Nora steht vor ihrer Tür. Sie sucht ihren Schlüssel. In der Tasche sind ein Buch, ein Apfel und ihr Telefon. Aber der Schlüssel ist nicht da.

„Hast du deinen Schlüssel im Café?“, fragt Samir. Nora denkt kurz nach. „Vielleicht. Dort habe ich Kaffee getrunken.“ Die beiden gehen zum Café.

Auf dem Tisch steht noch eine Tasse. Neben der Tasse liegt ein Zettel. Auf dem Zettel steht: „Bitte unter den Tisch schauen!“

Samir schaut unter den Tisch. Dort liegt der Schlüssel. „Hier ist er!“, sagt er. Nora lacht. „Danke! Jetzt kann ich nach Hause.“

Die Frau im Café kommt zu ihnen. „Der Schlüssel ist vom Tisch gefallen. Ich habe den Zettel geschrieben.“ Nora bedankt sich und steckt den Schlüssel in ihre Tasche. Diesmal hört sie genau hin: Er ist wirklich da.

Voorbeelden

  • der Schlüssel – die Schlüssel
  • die Tasche – die Taschen
  • der Tisch – die Tische
  • suchen – ich suche
  • finden – ich finde
  • unter dem Tisch

Voorlezen gebruikt een synthetische Duitse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

Vertaal niet elk woord voordat je de gebeurtenis probeert te begrijpen. Zoek het voorwerp, de plek en de vinder.

Probeer het zelf

  1. Was sucht Nora?

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    Ihren Schlüssel.

    Nora zoekt haar sleutel: ihren Schlüssel.

  2. Wo ist der Schlüssel?

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    Unter dem Tisch.

    Samir vindt hem onder de tafel: unter dem Tisch.

  3. Wer findet den Schlüssel?

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    Samir.

    Samir kijkt onder de tafel en vindt de sleutel.

Gebruik het vandaag

Sluit het verhaal en vertel het in drie Duitse zinnen: probleem, zoektocht en oplossing. Controleer daarna de details.