Onderscheid lopen en reizen met een voertuig, instappen, uitstappen en overstappen. Let op dit voorbeeld: „Ich gehe zu Fuß zur Schule.“

Het idee

Gehen betekent meestal te voet gaan; fahren beschrijft vervoer met een voertuig.

Patronen vergelijken
Wort / AusdruckForm / Gebrauch
gehenzu Fuß gehen
fahrenmit dem Bus fahren
laufenschnell laufen; regional auch gehen
fliegenmit dem Flugzeug fliegen
steigenauf einen Berg steigen
einsteigenin den Bus einsteigen
aussteigenaus dem Bus aussteigen
umsteigenin einen anderen Zug umsteigen
ankommenam Bahnhof ankommen
abfahrenvom Bahnhof abfahren

Voorbeelden

  • Ich gehe zu Fuß zur Schule.
  • Wir fahren mit dem Zug nach Wien.
  • Der Hund läuft durch den Garten.
  • Sie fliegt morgen nach Rom.
  • Bitte steigen Sie hier aus.
  • Am Bahnhof steigen wir in die U-Bahn um.

Voorlezen gebruikt een synthetische Duitse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

Laufen kan regionaal ook wandelen betekenen; vertaal het niet altijd als hardlopen.

Probeer het zelf

  1. Zu Fuß: Ich ___ zur Schule. (gehe / fahre)

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    gehe

    „gehe“ — Te voet gebruik je gehen, met een voertuig fahren.

  2. Trennbares Verb: Wir steigen hier ___. (aussteigen)

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    aus

    „aus“ — In de hoofdzin gaat het scheidbare voorvoegsel naar het einde.

  3. Verkehrsmittel: Wir fahren ___ dem Zug.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    mit

    „mit“ — Mit geeft het vervoermiddel aan, hier de trein.

Gebruik het vandaag

Beschrijf één route te voet en één met het openbaar vervoer. Neem een overstap op in je reisbeschrijving.