Verbind spelling, mondbeweging en betekenis met de contrasten hieronder. Begin langzaam, vergelijk hele woorden en gebruik de doelklank daarna in een korte zin.

Het idee

Aan het begin van een oorspronkelijk Duits woord of stam zijn sp en st meestal [ʃp] en [ʃt], ook in verstehen na het voorvoegsel. Niet elke st volgt dit: Gast en Weste hebben [st].

Patronen vergelijken
Wort / AusdruckAussprachehinweis
spielen, sprechenAm Wort- bzw. Stammanfang sp → [ʃp].
stehen, StraßeAm Wort- bzw. Stammanfang st → [ʃt].
verstehenAuch nach der Vorsilbe beginnt der Stamm mit [ʃt].
Gast, WesteHier st → [st].

Voorbeelden

  • Stefan spielt im Park.
  • Die Straße ist still.
  • Ich spreche mit Stella.
  • Wir verstehen die Frage.
  • Der Gast kommt später.
  • Die Weste ist neu.

Voorlezen gebruikt een synthetische Duitse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

Letters en klanken zijn niet hetzelfde. Synthetisch voorlezen kan losse IPA-symbolen, nadruk en contrasten onnauwkeurig weergeven. Vergelijk een betrouwbaar gesproken voorbeeld en behoud het hele woord.

Probeer het zelf

  1. Wie beginnt „spielen“ in der üblichen Standardaussprache?

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    Mit [ʃp].

    Het begin van spielen combineert [ʃ] en [p].

  2. Wie beginnt „stehen“ in der üblichen Standardaussprache?

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    Mit [ʃt].

    Het begin van stehen combineert [ʃ] en [t].

  3. Gilt [ʃt] auch für jedes st in „Gast“ und „Weste“?

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    Nein, dort steht normalerweise [st].

    Hun st staat niet aan woord- of stambegin zoals bij stehen.

Gebruik het vandaag

Kies twee contrasterende voorbeelden en neem ze langzaam en in een zin op. Vergelijk het doelkenmerk en herhaal met een nieuwe zin. Verstaanbaarheid gaat boven snelheid.