Tragen beschrijft kleding dragen, een last vervoeren en verantwoordelijkheid dragen.

Het idee

Leer du trägst, er trägt, trug, hat getragen. Het gedragen voorwerp staat in accusatief. Verantwortung tragen is een vaste combinatie.

Patronen vergelijken
Form / MusterBeispiel / Gegensatz
Präsensich trage / du trägst / er trägt
Präteritumtrug
Perfekthat getragen
BedeutungenKleidung tragen / Last tragen / Verantwortung tragen

Voorbeelden

  • Sie trägt heute einen grünen Mantel.
  • Ich trage die Tasche nach oben.
  • Trägst du eine Brille?
  • Wir tragen die Kisten zu zweit.
  • Er hat den Rucksack lange getragen.
  • Die Eltern tragen die Verantwortung.

Voorlezen gebruikt een synthetische Duitse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

Tragen vraagt een accusatiefobject: Ich trage einen Mantel. Let ook op de klinkerwisseling: du trägst, er trägt.

Probeer het zelf

  1. Du ___ eine Mütze. (tragen)

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    trägst

    Antwoord: “trägst”. Controleer het onderwerp: de stam wisselt bij du en er/sie/es, doorgaans niet in meervoud.

  2. Sie hat das Kind ___. (tragen)

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    getragen

    Antwoord: “getragen”. Het hulpwerkwoord draagt tijd en persoon; het laatste werkwoord krijgt het voltooid deelwoord.

  3. Ich trage ___ Koffer. (der / den)

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    den

    Antwoord: “den”. Deze aanvulling is accusatief; kies het passende lidwoord of voornaamwoord.

Gebruik het vandaag

Herschrijf “Sie trägt heute einen grünen Mantel.” met du en wir. Controleer iedere werkwoorduitgang en de veranderende voornaamwoorden.