Het idee

In deze set worden “der Aufsteller” (displaystandaard), “der Warenträger” (presentatiemeubel), “das Preisschild” (prijskaartje), “der Kleiderständer” (kledingrek), “die Vitrine” (vitrine) en “die Aktionsfläche” (actieruimte) elk met één betekenis aangeleerd. Leer elk zelfstandig naamwoord met zijn lidwoord en de betekenis die in deze opdracht wordt gebruikt. De kolom met het meervoud toont een bruikbaar meervoud voor die betekenis; een streepje geeft een stofnaam, een tot zelfstandig naamwoord gemaakte handeling of een vorm aan die hier geen gewoon meervoud heeft. Sommige woorden hebben buiten deze scène nog andere betekenissen.

Patronen vergelijken
Duitse termMeervoud in dit gebruikBetekenis
der Aufstellerdie Aufstellerdisplaystandaard
der Warenträgerdie Warenträgerpresentatiemeubel
das Preisschilddie Preisschilderprijskaartje
der Kleiderständerdie Kleiderständerkledingrek
die Vitrinedie Vitrinenvitrine
die Aktionsflächedie Aktionsflächenactieruimte

Voorbeelden

  • Der Aufsteller zeigt nur die neu eingetroffenen Produkte.De displaystandaard toont alleen de nieuw aangekomen producten.
  • Dieser Warenträger ist für schmalere Verpackungen vorgesehen.Dit presentatiemeubel is bedoeld voor smallere verpakkingen.
  • Das Preisschild gehört zum Artikel direkt darunter.Het prijskaartje hoort bij het artikel direct eronder.
  • Der Kleiderständer steht quer vor der Umkleide.Het kledingrek staat dwars voor de paskamer.
  • In der Vitrine fehlt die Beschriftung des mittleren Stücks.Bij het middelste stuk in de vitrine ontbreekt het opschrift.
  • Die Aktionsfläche wird erst nach der Freigabe umgebaut.De actieruimte wordt pas na de goedkeuring verbouwd.

Voorlezen gebruikt een synthetische Duitse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

Gebruik “der Aufsteller” en “der Warenträger” niet als uitwisselbare benamingen: hier betekenen ze displaystandaard en presentatiemeubel. Benoem het kenmerk dat je echt bedoelt en gebruik de voorbeelden om het van naburige termen te onderscheiden.

Probeer het zelf

  1. Welk woord betekent “displayrek”? Noem ook het lidwoord.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    der Aufsteller

    der Aufsteller betekent in deze set displaystandaard. Houd het lidwoord bij het zelfstandig naamwoord.

  2. Welke meervoudsvorm staat vermeld bij “der Warenträger”? Leg zo nodig het streepje uit.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    die Warenträger

    die Warenträger. Dit is het meervoud dat voor deze betekenis is opgenomen; het lidwoord in het meervoud is die.

  3. Schrijf in het Duits: Bij het middelste stuk in de vitrine ontbreekt het opschrift.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    In der Vitrine fehlt die Beschriftung des mittleren Stücks.

    In der Vitrine fehlt die Beschriftung des mittleren Stücks. — Bij het middelste stuk in de vitrine ontbreekt het opschrift. Dit voorbeeld plaatst het woord in een volledige, praktische bewering of vraag.

Gebruik het vandaag

Beschrijf in drie Duitse zinnen een echte situatie met presentatiemeubilair in de winkel en gebruik daarbij “der Aufsteller”, “der Warenträger” en “das Preisschild” met hun lidwoorden. Gebruik daarna één ervan in het meervoud (“die Aufsteller”).