Om iets op een plaats te introduceren gebruik je plaats に + persoon of ding が + bestaanswerkwoord. Bij een bekend onderwerp gebruik je onderwerp は + plaats に. Vergelijk de voorbeelden en maak met de tabel je eigen zinnen.

Het idee

Om iets op een plaats te introduceren gebruik je plaats に + persoon of ding が + bestaanswerkwoord. Bij een bekend onderwerp gebruik je onderwerp は + plaats に. Gebruik います voor mensen en dieren en あります voor voorwerpen en planten. De beleefde ontkenningen zijn いません en ありません.

Patronen vergelijken
BeginvormVorm of voorbeeld
猫ねこいます/いません
人ひといます/いません
本ほんあります/ありません
場所ばしょ場所ばしょに~がいます

Voorbeelden

  • 公園こうえんに猫ねこがいます。Er is een kat in het park.
  • 机つくえの上うえに本ほんがあります。Er ligt een boek op het bureau.
  • 駅えきの近ちかくに銀行ぎんこうがあります。Er is een bank bij het station.
  • 家いえに犬いぬがいません。Er is geen hond thuis.
  • 先生せんせいは教室きょうしつにいます。De leraar is in het klaslokaal.
  • 冷蔵庫れいぞうこに牛乳ぎゅうにゅうがありません。Er is geen melk in de koelkast.

Voorlezen gebruikt een synthetische Japanse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

De plaats van bestaan krijgt に; で geeft meestal de plaats van een handeling aan. Planten krijgen meestal あります, ook al leven ze.

Probeer het zelf

  1. Kies de vorm die de zin aanvult. 庭にわに猫ねこが__。(います/あります)

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    います

    います — Gebruik います voor mensen en dieren en あります voor voorwerpen en planten. De beleefde ontkenningen zijn いません en ありません.

  2. Kies de vorm die de zin aanvult. 机つくえに本ほんが__。(います/あります)

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    あります

    あります — Gebruik います voor mensen en dieren en あります voor voorwerpen en planten. De beleefde ontkenningen zijn いません en ありません.

  3. Kies de vorm die de zin aanvult. 先生せんせいは教室きょうしつ__います。(に/で)

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    に

    に — Om iets op een plaats te introduceren gebruik je plaats に + persoon of ding が + bestaanswerkwoord. Bij een bekend onderwerp gebruik je onderwerp は + plaats に.

Gebruik het vandaag

Dek de voorbeelden af. Maak twee zinnen met dit patroon en controleer ze met de tabel.