Beschrijf een dag in enkele korte zinnen met consequent beleefde vormen.
Het idee
Begin met 今日 of een datum en noem daarna tijd en plaats. Gebruik een beleefde verleden vorm zoals 食べました voor een afgeronde handeling; 楽しかったです en よかったです drukken een indruk uit het verleden uit. Zet de zinnen in een logische volgorde.
| Onderdeel | Voorbeeld |
|---|---|
| 時 | 朝 |
| 出来事 | パンを食べました。 |
| 感想 | 楽しかったです。 |
Voorbeelden
- 今日は早く起きました。Vandaag stond ik vroeg op.
- 朝、パンを食べました。’s Ochtends at ik brood.
- 学校で日本語を勉強しました。Ik leerde Japans op school.
- 午後、友達と公園に行きました。’s Middags ging ik met een vriend naar het park.
- 天気はよかったです。Het weer was goed.
- とても楽しかったです。Het was heel leuk.
Voorlezen gebruikt een synthetische Japanse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.
Er is geen Japanse stem op je apparaat beschikbaar. Je kunt de tekst lezen en de gekoppelde luisterbronnen gebruiken.
Let op
De verleden vorm van いい is よかったです, niet いいでした. In een persoonlijk dagboek kan de gewone stijl, maar deze voorbeelden gebruiken consequent beleefde uitgangen.
Probeer het zelf
Kies en vul de open plek in: 昨日、パンを食べ_。(ました/です)
Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord
ました
ました vormt 食べました, de beleefde verleden vorm van de afgeronde handeling.
Kies en vul de open plek in: 公園_行きました。(に/を)
Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord
に
に markeert het park als bestemming van 行きました.
Kies en vul de open plek in: 天気は_です。(よかった/よく)
Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord
よかった
よかったです beschrijft beleefd dat het weer goed was.
Oefenronde
Beantwoord vragen en zet waar mogelijk Japanse zinnen weer in elkaar. We bewaren je score.
Kies en vul de open plek in: 昨日、パンを食べ_。(ました/です)
Kies en vul de open plek in: 公園_行きました。(に/を)
Kies en vul de open plek in: 天気は_です。(よかった/よく)
Tik de woorden in de juiste volgorde aan.
Tik de woorden in de juiste volgorde aan.
Tik de woorden in de juiste volgorde aan.
Bewaar je voortgang
Maak gratis een account aan om je oefenresultaten daarin op te slaan.
Account maken en opslaanIk heb al een accountGebruik het vandaag
Beschrijf een denkbeeldige dag: noem een tijdstip, twee activiteiten en een gevoel. Vergelijk de verleden vormen met de voorbeelden.

