Onderscheid waar een meubel staat van de plek waarheen je het verplaatst. Let op dit voorbeeld: „Der Tisch steht in der Küche.“

Het idee

Bij wisselvoorzetsels krijgt een locatie datief en een bestemming accusatief: in der Küche, in die Küche.

Patronen vergelijken
Wort / AusdruckForm / Gebrauch
die Küche, die Küchenin der Küche
das Wohnzimmer, die Wohnzimmerim Wohnzimmer
das Schlafzimmer, die Schlafzimmerim Schlafzimmer
das Bad, die Bäderim Bad
der Flur, die Flureim Flur
der Balkon, die Balkoneauf dem Balkon
der Tisch, die Tischeam Tisch
der Stuhl, die Stühleauf dem Stuhl
das Bett, die Bettenim Bett
das Regal, die Regaleim Regal

Voorbeelden

  • Der Tisch steht in der Küche.
  • Ich stelle die Lampe neben das Sofa.
  • Unser Schlafzimmer ist klein.
  • Im Flur hängt ein Spiegel.
  • Die Bücher liegen im Regal.
  • Auf dem Balkon stehen zwei Stühle.

Voorlezen gebruikt een synthetische Duitse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

Beweging alleen bepaalt de naamval niet; vraag of de zin een locatie of bestemming noemt.

Probeer het zelf

  1. Wo? Der Tisch steht in ___ Küche. (die)

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    der

    „der“ — Het gaat om waar iets staat, dus gebruik datief.

  2. Wohin? Ich stelle den Stuhl in ___ Küche. (die)

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    die

    „die“ — Het meubel gaat naar een bestemming, dus gebruik accusatief.

  3. Mehrzahl: der Stuhl → die ___.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    Stühle

    „Stühle“ — Het meervoud van Stuhl is Stühle: voeg -e toe en verander de klinker (u → ü).

Gebruik het vandaag

Teken een kamer en beschrijf vier meubels met hun plaats. Verplaats daarna twee voorwerpen en beschrijf hun nieuwe bestemmingen.