Het idee

In deze set worden “der Bahnsteig” (perron), “das Gleis” (spoor), “die Unterführung” (tunnel of onderdoorgang), “der Wagenstandsanzeiger” (rijtuigstandaanwijzer), “die Abfahrtstafel” (vertrekbord) en “der Bahnsteigabschnitt” (perrondeel) elk in één betekenis aangeleerd. Leer elk zelfstandig naamwoord met zijn lidwoord en met de betekenis die in deze opdracht wordt gebruikt. De kolom met het meervoud toont een bruikbaar meervoud voor die betekenis; een streepje wijst op een stofnaam, een als zelfstandig naamwoord gebruikte handeling of een vorm zonder gewoon telbaar meervoud. Sommige woorden hebben buiten deze scène nog andere betekenissen.

Patronen vergelijken
Duitse termMeervoud bij dit gebruikBetekenis
der Bahnsteigdie Bahnsteigeperron
das Gleisdie Gleisespoor
die Unterführungdie Unterführungentunnel of onderdoorgang
der Wagenstandsanzeigerdie Wagenstandsanzeigerrijtuigstandaanwijzer
die Abfahrtstafeldie Abfahrtstafelnvertrekbord
der Bahnsteigabschnittdie Bahnsteigabschnitteperrondeel

Voorbeelden

  • Der Bahnsteig liegt eine Ebene über der Halle.Het perron ligt één verdieping boven de hal.
  • Auf welchem Gleis steht die Verbindung nach Westen?Op welk spoor staat de verbinding naar het westen?
  • Die Unterführung verbindet die beiden Bahnsteige.De tunnel verbindt de twee perrons.
  • Der Wagenstandsanzeiger nennt die Positionen mit Buchstaben.De rijtuigstandaanwijzer geeft de posities met letters aan.
  • Auf der Abfahrtstafel fehlt unsere Verbindung noch.Onze verbinding staat nog niet op het vertrekbord.
  • Wir warten im Bahnsteigabschnitt C auf die Anzeige.We wachten in perrondeel C op de aanduiding.

Voorlezen gebruikt een synthetische Duitse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

Gebruik “der Bahnsteig” en “das Gleis” niet als verwisselbare benamingen: hier betekenen ze perron en spoor. Noem het kenmerk dat je werkelijk bedoelt en gebruik de voorbeelden om het te onderscheiden van verwante termen.

Probeer het zelf

  1. Welk woord betekent “perron”? Noem ook het lidwoord.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    der Bahnsteig

    der Bahnsteig betekent in deze set perron. Houd het lidwoord bij het zelfstandig naamwoord.

  2. Welke meervoudsvorm staat vermeld bij “das Gleis”? Leg zo nodig het streepje uit.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    die Gleise

    die Gleise. Dit is het meervoud dat voor deze betekenis wordt genoemd; het lidwoord in het meervoud is die.

  3. Schrijf in het Duits: Onze verbinding staat nog niet op het vertrekbord.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    Auf der Abfahrtstafel fehlt unsere Verbindung noch.

    Auf der Abfahrtstafel fehlt unsere Verbindung noch. — Onze verbinding staat nog niet op het vertrekbord. Dit voorbeeld plaatst het woord in een complete, praktische bewering of vraag.

Gebruik het vandaag

Beschrijf in drie Duitse zinnen een echte situatie met onderdelen van een station en gebruik daarbij “der Bahnsteig”, “das Gleis” en “die Unterführung” met hun lidwoorden. Gebruik daarna één van deze woorden in het meervoud (“die Bahnsteige”).