消す: uitzetten of uitwissen. De voorbeelden gebruiken beleefd Japans in alledaagse situaties.
Het idee
消す is een godanwerkwoord. De laatste す wordt します in de beleefde vorm en して in de て-vorm. De beleefde niet-verleden, ontkennende en verleden vorm zijn 消します、消しません、消しました. De て-vorm is 消して. Het voorwerp waarop de handeling gericht is kan met を worden gemarkeerd.
| Woordenboekvorm | Beleefd, niet-verleden | Beleefde ontkenning | Beleefd verleden | て-vorm |
|---|---|---|---|---|
| 消す | 消します | 消しません | 消しました | 消して |
Voorbeelden
- 寝る前に電気を消します。Ik doe het licht uit voordat ik ga slapen.
- 黒板の字を消してください。Veeg de tekst op het bord uit, alsjeblieft.
- 料理が終わって、火を消しました。Na het koken deed ik het vuur uit.
- テレビを消して、本を読みます。Ik zet de tv uit en lees een boek.
- このファイルはまだ消しません。Ik verwijder dit bestand nog niet.
- 間違いを消しゴムで消しました。Ik heb de fout met een gum uitgewist.
Voorlezen gebruikt een synthetische Japanse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.
Er is geen Japanse stem op je apparaat beschikbaar. Je kunt de tekst lezen en de gekoppelde luisterbronnen gebruiken.
Let op
消す beschrijft een handeling op iets; het onovergankelijke paarwoord 消える beschrijft de verandering.
Probeer het zelf
(消す→ます)_
Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord
消します
消します is de beleefde niet-verleden vorm; de context duidt een gewoonte of toekomst aan.
(消す→て)_
Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord
消して
消して is de て-vorm en kan zinsdelen verbinden.
電気_消します。(が/を)
Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord
を
を markeert het lijdend voorwerp van de handeling.
Oefenronde
Beantwoord vragen en zet waar mogelijk Japanse zinnen weer in elkaar. We bewaren je score.
(消す→ます)_
(消す→て)_
電気_消します。(が/を)
Tik de woorden in de juiste volgorde aan.
Tik de woorden in de juiste volgorde aan.
Tik de woorden in de juiste volgorde aan.
Bewaar je voortgang
Maak gratis een account aan om je oefenresultaten daarin op te slaan.
Account maken en opslaanIk heb al een accountGebruik het vandaag
Maak een eigen zin, zet die in de beleefde verleden tijd en benoem het partikel. Vergelijk met de voorbeelden.

