Wat bevalt is onderwerp; de persoon die het waardeert staat in datief.

Het idee

Enkelvoud krijgt gefällt, meervoud gefallen: Das Bild gefällt mir, Die Bilder gefallen mir. Het deelwoord is eveneens gefallen.

Patronen vergelijken
Form / MusterBeispiel / Gegensatz
Sache: SubjektDas Bild gefällt …
Person: Dativ… mir / dir / ihr.
PluralDie Bilder gefallen mir.
Perfekthat gefallen

Voorbeelden

  • Das Bild gefällt mir.
  • Die Schuhe gefallen meiner Schwester.
  • Gefällt dir die Wohnung?
  • Uns hat der Film gut gefallen.
  • Der rote Mantel gefällt ihm besser.
  • Ihr gefallen die großen Fenster.

Voorlezen gebruikt een synthetische Duitse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

In Perfekt wordt het hulpwerkwoord vervoegd en staat het hoofdwerkwoord in Partizip II: hat gefallen. Gebruik hier geen infinitief in plaats van het deelwoord.

Probeer het zelf

  1. Die Bilder ___ mir. (gefällt / gefallen)

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    gefallen

    Antwoord: “gefallen”. Het werkwoord volgt het grammaticale onderwerp, niet een object of datieve persoon.

  2. Das Lied gefällt ___. (ich / mir)

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    mir

    Antwoord: “mir”. Deze aanvulling is datief; lidwoord, voornaamwoord of bijvoeglijk naamwoord moeten passen.

  3. Der Film hat uns ___. (gefallen)

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    gefallen

    Antwoord: “gefallen”. Het hulpwerkwoord draagt tijd en persoon; het laatste werkwoord krijgt het voltooid deelwoord.

Gebruik het vandaag

Gebruik “Das Bild gefällt mir.” als model. Vervang de naamwoordgroep door twee nieuwe personen of voorwerpen en leg de naamval uit.