Een betrekkelijke bijzin verduidelijkt een naamwoord en zet de persoonsvorm achteraan.

Het idee

Het antecedent bepaalt geslacht en getal; de functie in de bijzin bepaalt naamval. Vergelijk der Mann, der kommt en der Mann, den ich sehe.

Patronen vergelijken
Form / MusterBeispiel / Gegensatz
Subjektder Mann, der kommt
Akkusativobjektder Mann, den ich sehe
Dativobjektder Mann, dem ich helfe
Präposition + Pronomendas Haus, in dem ich wohne

Voorbeelden

  • Das ist der Mann, der nebenan wohnt.
  • Ich suche das Buch, das du empfohlen hast.
  • Die Frau, der ich helfe, ist meine Nachbarin.
  • Das Café, in dem wir sitzen, ist neu.
  • Die Kinder, die draußen spielen, sind laut.
  • Das ist die Kollegin, deren Fahrrad gestohlen wurde.

Voorlezen gebruikt een synthetische Duitse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

De naamval van het betrekkelijk voornaamwoord volgt uit zijn rol in de bijzin. Helfen vraagt datief: der Mann, dem ich helfe.

Probeer het zelf

  1. Der Mann, ___ hier wohnt, heißt Paul. (der / den)

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    der

    Antwoord: “der”. Dit element is het onderwerp of zijn nominatieve beschrijving.

  2. Das ist der Mann, ___ ich kenne. (der / den)

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    den

    Antwoord: “den”. Deze aanvulling is accusatief; kies het passende lidwoord of voornaamwoord.

  3. Die Frau, ___ ich helfe, ist nett. (die / der)

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    der

    Antwoord: “der”. Deze aanvulling is datief; lidwoord, voornaamwoord of bijvoeglijk naamwoord moeten passen.

Gebruik het vandaag

Maak twee zinnen vanuit “Das ist der Mann, der nebenan wohnt.”. Verander de eerste informatie en controleer de plaats van de persoonsvorm.