Het idee

“Zu etwas gehören” betekent ergens bij horen; zu krijgt de datief, maar Tisch met een nummer heeft meestal geen lidwoord: zu Tisch zwölf, an Tisch zwölf. Der Bon (Küchenbon) is de bestelbon die voor de keuken wordt geprint. De lijdende vorm “wurde … bestellt” legt de nadruk op de bestelling, niet op wie bestelde. Aber midden in de zin markeert de tegenstelling. Hinausbringen is scheidbaar: “Ich bringe das Gericht noch nicht hinaus.”

Andere manieren om het te zeggen

“Für welchen Tisch ist das?” – Informeel en snel; de gebruikelijke vraag bij de pass.

“Zwölf wie eins-zwei oder zwanzig wie zwei-null?” – Praktisch in lawaai: de cijfers uitspreken voorkomt verwarring.

“Der Bon passt nicht zu dem, was an Tisch zwölf bestellt wurde.” – Neutraal; stelt het verschil in één zin vast.

Voorbeelden

  • Gehört dieses Gericht zu Tisch zwölf oder zwanzig?Is dit gerecht voor tafel twaalf of twintig?
  • Auf dem Küchenbon steht Tisch zwölf.Op de keukenbon staat tafel twaalf.
  • An Tisch zwölf wurde aber etwas anderes bestellt.Maar aan tafel twaalf is iets anders besteld.
  • Dann vergleichen wir die beiden Bons.Laten we dan beide bonnen vergelijken.
  • Ich bringe das Gericht noch nicht hinaus.Ik breng het gerecht nog niet naar buiten.
  • Gut, wir klären zuerst die Zuordnung.Goed, we zoeken eerst uit welk gerecht waar hoort.

Voorlezen gebruikt een synthetische Duitse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

“Gehört dieses Gericht zum Tisch zwölf oder zwanzig?” → “Gehört dieses Gericht zu Tisch zwölf oder zwanzig?”: Wanneer een nummer de tafel aanduidt, laat het Duits meestal het lidwoord weg, net als bij Zimmer vierzehn of Gleis drei. “Zum Tisch zwölf” klinkt onidiomatisch in restauranttaal.

Probeer het zelf

  1. Vertaal naar het Duits: Is dit gerecht voor tafel twaalf of twintig?

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    Gehört dieses Gericht zu Tisch zwölf oder zwanzig?

    Ja-nee-vraag met gehört vooraan. Zu krijgt Tisch zonder lidwoord omdat er een nummer volgt, en oder biedt de twee mogelijke tafels.

  2. Zet de woorden in de juiste volgorde: aber / An / anderes / bestellt / etwas / Tisch / wurde / zwölf

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    An Tisch zwölf wurde aber etwas anderes bestellt.

    Lijdende vorm in de onvoltooid verleden tijd: wurde plus bestellt. Aber staat midden in de zin en zet het tegenover de keukenbon; etwas anderes is het onderwerp.

  3. Schrijf deze zin in het Duits: Goed, we zoeken eerst uit welk gerecht waar hoort.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    Gut, wir klären zuerst die Zuordnung.

    Gut bevestigt het plan. Zuerst geeft voorrang, en die Zuordnung betekent welk gerecht bij welke tafel hoort.

Gebruik het vandaag

Er komt een pizza aan met de bon van tafel 15, maar tafel 15 heeft pasta besteld. Schrijf twee zinnen die je tegen de keuken zou zeggen om het op te lossen.