Het idee

“Mahlzeit” betekent letterlijk maaltijd. Als groet hoor je het op veel kantoren, in fabrieken en kantines, grofweg van het einde van de ochtend tot de vroege middag, wanneer collega’s elkaar op de gang tegenkomen of naar de lunch gaan. Het wordt meestal herleid tot “Gesegnete Mahlzeit”, een wens voor een gezegende maaltijd. Hoe gebruikelijk het is, hangt af van de regio en de werkplek; sommige mensen vinden het ouderwets of zeggen het met een knipoog. Het antwoord is meestal hetzelfde woord. Grammatica: in “du brauchst … nicht zu” werkt brauchen in ontkennende zinnen als müssen en krijgt het zu.

Andere manieren om het te zeggen

“Guten Appetit!” – Wordt gezegd tegen mensen die echt aan het eten zijn; overal neutraal.

“Gehst du auch gleich in die Mittagspause?” – Informele vraag die rond het middaguur als vriendelijke groet werkt.

“Hallo zusammen!” – Neutrale groet voor een groep, op elk moment van de dag.

Voorbeelden

  • Ihr sagt gerade Mahlzeit, obwohl noch niemand isst.Jullie zeggen Mahlzeit, terwijl er nog niemand eet.
  • Wir verwenden es hier auch als Gruß rund um die Pause.Wij gebruiken het hier ook als groet rond de pauze.
  • Muss ich darauf mit demselben Wort antworten?Moet ik daarop met hetzelfde woord antwoorden?
  • Du kannst hier auch einfach freundlich grüßen.Je kunt hier ook gewoon vriendelijk groeten.
  • Dann beobachte ich, wie ihr im Team miteinander sprecht.Dan let ik op hoe jullie in het team met elkaar praten.
  • Gut, du brauchst daraus keine Pflichtformel zu machen.Goed; je hoeft er geen verplichte formule van te maken.

Voorlezen gebruikt een synthetische Duitse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

“Du brauchst daraus keine Pflichtformel machen.” → “Du brauchst daraus keine Pflichtformel zu machen.”: In standaard Duits heeft ontkend “brauchen” “zu” voor het infinitief nodig. Zonder “zu” komt de zin in informele spreektaal veel voor, maar geldt hij in geschreven taal als niet-standaard.

Probeer het zelf

  1. Vertaal naar het Duits: Jullie zeggen Mahlzeit, terwijl er nog niemand eet.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    Ihr sagt gerade Mahlzeit, obwohl noch niemand isst.

    “Obwohl” leidt een bijzin in, dus het werkwoord “isst” gaat naar het einde. “Essen” is onregelmatig: du isst, er isst. “Noch niemand” betekent “nog niemand”.

  2. Zet de woorden in de juiste volgorde: antworten / darauf / demselben / ich / mit / Muss / Wort

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    Muss ich darauf mit demselben Wort antworten?

    “Antworten auf” wordt “darauf” als het naar de groet verwijst. “Mit demselben Wort” is datief, en “demselben” wordt aan elkaar geschreven.

  3. Schrijf deze zin in het Duits: Goed; je hoeft er geen verplichte formule van te maken.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    Gut, du brauchst daraus keine Pflichtformel zu machen.

    “Brauchst … nicht/keine … zu machen” betekent “je hoeft niet”. “Daraus” staat voor “aus dem Gruß”, en “keine Pflichtformel” is het ontkende object.

Gebruik het vandaag

Let in de komende week op welke groeten collega’s of klasgenoten rond lunchtijd gebruiken. Schrijf er drie op en hoe je op elk ervan zou antwoorden.