Januari heet Januar, maart heet März en mei heet Mai. Alle Duitse maanden krijgen een hoofdletter. Bij afspraken onderscheid je een maand (im Mai, in mei) van een bepaalde dag (am dritten Mai, op drie mei). Gebruik de woordenlijst, vertaalde zinnen en oefeningen om je eigen agenda te maken.

Het idee

Gebruik im bij maanden en am bij datums: im Mai maar am dritten Mai. Na am krijgt het rangtelwoord -en; vanaf 20 wordt dat -sten: am zwanzigsten Mai.

Patronen vergelijken
Duits woord / uitdrukkingBetekenis en gebruik
der Januarjanuari — im Januar (in januari)
der Februarfebruari — im Februar (in februari)
der Märzmaart — im März (in maart)
der Aprilapril — im April (in april)
der Maimei — im Mai (in mei)
der Junijuni — im Juni (in juni)
der Julijuli — im Juli (in juli)
der Augustaugustus — im August (in augustus)
der Septemberseptember — im September (in september)
der Oktoberoktober — im Oktober (in oktober)
der Novembernovember — im November (in november)
der Dezemberdecember — im Dezember (in december)

Een datum lezen en een afspraak maken

In een Duitse datum staat de dag vóór de maand: 03.05. betekent 3 mei. Op Welches Datum ist heute? antwoord je Heute ist der dritte Mai. Voor een afspraak vraag je Wann? en antwoord je am dritten Mai: na am eindigt het rangtelwoord op -en. Leer de onregelmatige vormen erste, dritte en siebte; vanaf 20 gebruik je -ste: der zwanzigste Mai en am zwanzigsten Mai. Anders dan in het Nederlands beginnen maandnamen altijd met een hoofdletter.

Voorbeelden

  • Mein Geburtstag ist am dritten Mai.Ik ben jarig op drie mei.
  • Der Kurs beginnt im September.De cursus begint in september.
  • Heute ist der zwölfte Juni.Vandaag is het twaalf juni.
  • Wir treffen uns am 21. Oktober.We spreken af op 21 oktober.
  • Im Februar hat das Büro kürzere Öffnungszeiten.In februari heeft het kantoor kortere openingstijden.
  • Der Termin ist vom achten auf den zehnten April verschoben.De afspraak is verplaatst van acht naar tien april.

Voorlezen gebruikt een synthetische Duitse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

De punt in 3. geeft een rangtelwoord aan: am dritten Juni, niet am drei Juni.

Probeer het zelf

  1. Der Kurs beginnt ___ März. (im / am)

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    im

    „im“ — Een maand zonder dagnummer krijgt im.

  2. Wir treffen uns ___ fünften Mai. (im / am)

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    am

    „am“ — Een bepaalde kalenderdatum krijgt am.

  3. Schreibe als Wort: am 3. Juni.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    am dritten Juni

    „am dritten Juni“ — Na am eindigt het rangtelwoord op -en: dritten.

  4. Schreibe als Wort: am 20. Mai.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    am zwanzigsten Mai

    „am zwanzigsten Mai“ — Vanaf 20 maak je het rangtelwoord met -ste; na am eindigt de vorm op -sten.

Gebruik het vandaag

Noteer drie afspraken met een precieze datum en één plan met alleen een maand. Lees elke datum tweemaal: Heute ist der … en Mein Termin ist am … . Controleer de andere uitgang na am.