Het idee

“Sich sicher sein” gebruikt een wederkerend voornaamwoord in de datief: ich bin mir, du bist dir, Sie sind sich sicher. Waaraan je twijfelt volgt na bei (“bei der Zahl”) of in een bijzin met ob (“ob die Zahl stimmt”). “Nicht ganz” en “nicht hundertprozentig” verzachten; “gar nicht” zou sterke twijfel zijn. “Lieber” is de vergrotende trap van gern en drukt een voorkeur uit.

Andere manieren om het te zeggen

“Da bin ich mir nicht hundertprozentig sicher.” – Neutraal tot informeel; gebruikelijk in gesprekken.

“Das müsste ich noch einmal nachsehen.” – Beleefd en professioneel; de Konjunktiv müsste verzacht het toegeven.

“Ich weiß es gerade nicht genau.” – Eenvoudig en informeel; geeft een gat in het geheugen toe.

Voorbeelden

  • Bei der letzten Zahl bin ich mir nicht ganz sicher.Over het laatste getal ben ik niet helemaal zeker.
  • Sollen wir sie noch einmal vergleichen?Zullen we het nog een keer vergelijken?
  • Ich möchte sie lieber erst nachprüfen.Ik wil het liever eerst controleren.
  • Dann lassen wir diese Angabe vorläufig offen.Dan laten we dat detail voorlopig open.
  • Nach dem Vergleich kann ich genauer antworten.Na de vergelijking kan ik preciezer antwoorden.
  • Gut, eine Vermutung reicht hier noch nicht.Goed; een vermoeden is hier nog niet genoeg.

Voorlezen gebruikt een synthetische Duitse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

“Bei der letzten Zahl bin ich mich nicht sicher.” → “Bei der letzten Zahl bin ich mir nicht sicher.”: Het wederkerend voornaamwoord in “sich sicher sein” staat in de datief, dus de eerste persoon is mir. Leerders kiezen vaak mich omdat ze wederkerende accusatieven kennen van werkwoorden als sich freuen.

Probeer het zelf

  1. Vertaal in het Duits: Over het laatste getal ben ik niet helemaal zeker.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    Bei der letzten Zahl bin ich mir nicht ganz sicher.

    “Bei der letzten Zahl” is datief en opent de zin, dus “bin” komt vóór “ich”. “Mir” is het wederkerende datief en “nicht ganz” beperkt de twijfel.

  2. Zet de woorden in de juiste volgorde: erst / Ich / lieber / möchte / nachprüfen / sie

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    Ich möchte sie lieber erst nachprüfen.

    “Lieber” maakt van de zin een voorkeur; “erst” betekent eerst, vóór al het andere. Met het modale werkwoord “möchte” blijft “nachprüfen” als infinitief aan het eind staan.

  3. Schrijf deze zin in het Duits: Goed; een vermoeden is hier nog niet genoeg.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    Gut, eine Vermutung reicht hier noch nicht.

    “Eine Vermutung” is een gok of aanname. “Reicht … noch nicht” zegt dat het nog niet genoeg is, en “hier” koppelt het oordeel aan deze situatie.

Gebruik het vandaag

Je vult samen met een vriend een formulier in en weet niet zeker wat het laatste cijfer van je postcode is. Zeg dat en stel voor het eerst op een brief na te kijken.