Het idee

Gevonden voorwerpen beschrijf je met bijvoeglijke naamwoorden voor kleur, grootte en kenmerken, waarvan de uitgangen het lidwoord volgen: die blaue Tasche, einen weißen Anhänger. Haben neemt de accusatief, dus een mannelijk zelfstandig naamwoord na ein wordt einen. Der Fundort is de plek waar iets is gevonden. Ohne neemt de accusatief: ohne lesbaren Namen. “Die Zuordnung klären” betekent uitzoeken van wie iets is; über plus accusatief noemt het kanaal.

Andere manieren om het te zeggen

“Im Aufenthaltsraum lag eine blaue Tasche.” – Neutrale vertelstijl met liegen in de onvoltooid verleden tijd.

“Weiß jemand, wem die blaue Tasche gehört?” – Informele vraag aan het team; gehören neemt de datief wem.

“Fundstück: blaue Tasche, weißer Anhänger, Fundort Aufenthaltsraum.” – Compact lijstformaat voor een overdrachtsnotitie.

Voorbeelden

  • Die blaue Tasche wurde im Aufenthaltsraum gefunden.De blauwe tas is gevonden in de personeelsruimte.
  • Ist sie bereits eindeutig zugeordnet?Is ze al eenduidig aan iemand toegewezen?
  • Nein, bisher kennen wir nur den Fundort.Nee, tot nu toe kennen we alleen de vindplaats.
  • Dann halten Sie Aussehen und Fundort fest.Leg dan het uiterlijk en de vindplaats vast.
  • Sie hat einen weißen Anhänger ohne lesbaren Namen.Er zit een wit label aan zonder leesbare naam.
  • Die Zuordnung klären wir über den vorgesehenen Kontakt.De eigenaar zoeken we uit via het daarvoor bestemde aanspreekpunt.

Voorlezen gebruikt een synthetische Duitse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

“Sie hat ein weißer Anhänger.” → “Sie hat einen weißen Anhänger.”: Haben heeft een lijdend voorwerp in de accusatief nodig. Mannelijke zelfstandige naamwoorden laten dat duidelijk zien: ein wordt einen en de uitgang van het bijvoeglijk naamwoord wordt -en. Leerders houden vaak de nominatief omdat het kleurwoord vooraan staat.

Probeer het zelf

  1. Vertaal naar het Duits: De blauwe tas is gevonden in de personeelsruimte.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    Die blaue Tasche wurde im Aufenthaltsraum gefunden.

    Passief in de onvoltooid verleden tijd: “wurde … gefunden”. “Die blaue Tasche” is het onderwerp en “im Aufenthaltsraum” is de plaats in de datief waar ze is gevonden.

  2. Zet de woorden in de juiste volgorde: bisher / den / Fundort / kennen / Nein / nur / wir

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    Nein, bisher kennen wir nur den Fundort.

    “Bisher” opent de zin, dus “kennen” staat vóór “wir”. “Nur den Fundort” is mannelijk accusatief en beperkt wat bekend is.

  3. Schrijf deze zin in het Duits: De eigenaar zoeken we uit via het daarvoor bestemde aanspreekpunt.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    Die Zuordnung klären wir über den vorgesehenen Kontakt.

    Het voorwerp “Die Zuordnung” staat voorop, dan “klären wir”. “Über den vorgesehenen Kontakt” gebruikt über plus accusatief om het afgesproken kanaal te noemen.

Gebruik het vandaag

Je vindt een grijs vest zonder naamlabel op een stoel in de eetzaal. Schrijf een overdrachtsnotitie die het vest en de plek beschrijft, zonder te gokken van wie het is.