



Het idee
Meldingen van een tekort steunen op twee plaatsbepalingen plus de werkwoorden stehen en liegen. Geschreven informatie “steht” op een document (auf dem Auftrag, auf der Liste); goederen “liegen” in een vak (im Fach). Beide plaatsbepalingen nemen de datief omdat er niets beweegt. Als teleenheid blijft Stück na een getal meestal enkelvoud (zwölf Stück); met een bijvoeglijk naamwoord komt ook het meervoud voor (drei fehlende Stücke). Sie is de veilige standaard tussen collega’s die elkaar nauwelijks kennen, al stappen veel magazijnteams snel over op du.
Andere manieren om het te zeggen
“Laut Auftrag sind es zwölf Stück, gefunden habe ich nur neun.” – Neutraal; “laut” plus een zelfstandig naamwoord noemt de bron van de beoogde hoeveelheid.
“Im Fach fehlen drei Stück.” – Kort en direct; geschikt voor een snelle portofoon- of chatmelding.
“Zwischen Auftrag und Bestand gibt es eine Differenz von drei Stück.” – Formeler; typische formulering voor een schriftelijk rapport of een systeemnotitie.
Voorbeelden
- Auf dem Auftrag stehen zwölf Stück, im Fach liegen neun.Op de order staan twaalf stuks, in het vak liggen er negen.
- Haben Sie das benachbarte Fach ebenfalls geprüft?Hebt u het aangrenzende vak ook gecontroleerd?
- Dort liegt ein anderer Artikel.Daar ligt een ander artikel.
- Dann notieren wir zunächst drei fehlende Stücke.Dan noteren we eerst drie ontbrekende stuks.
- Soll ich den Auftrag als unvollständig markieren?Moet ik de order als onvolledig markeren?
- Bitte klären Sie den vorgesehenen Status mit der Leitung.Stem de beoogde status alstublieft af met de leiding.
Voorlezen gebruikt een synthetische Duitse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.
Er is geen Duitse apparaatstem beschikbaar. Je kunt de tekst lezen en de gelinkte luisterbronnen gebruiken.
Let op
“Im Fach liegt neun.” → “Im Fach liegen neun.”: Als “im Fach” de zin opent, komt het onderwerp “neun” na het werkwoord, en leerlingen vergeten het werkwoord te laten congrueren. Negen stuks is meervoud, dus het werkwoord is liegen, niet liegt.
Probeer het zelf
Vertaal naar het Duits: Op de order staan twaalf stuks, in het vak liggen er negen.
Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord
Auf dem Auftrag stehen zwölf Stück, im Fach liegen neun.
Twee hoofdzinnen verbonden door een komma spiegelen elkaar: plaats, werkwoord, hoeveelheid. “Stehen” past bij het orderdocument, “liegen” bij goederen die in het vak liggen.
Zet de woorden in de juiste volgorde: anderer / Artikel / Dort / ein / liegt
Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord
Dort liegt ein anderer Artikel.
“Dort” verwijst terug naar het naastgelegen vak en neemt de eerste plaats in, dus het werkwoord “liegt” volgt direct. Na ein krijgt een mannelijk bijvoeglijk naamwoord in de nominatief de uitgang -er: ein anderer Artikel.
Schrijf deze zin in het Duits: Stem de beoogde status alstublieft af met de leiding.
Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord
Bitte klären Sie den vorgesehenen Status mit der Leitung.
Een beleefde Sie-gebiedende wijs: werkwoord eerst, dan Sie. “Den vorgesehenen Status” is mannelijk accusatief, dus lidwoord en bijvoeglijk naamwoord eindigen allebei op -en; “mit der Leitung” is datief na mit.
Oefenronde
Beantwoord drie vragen en zet daarna drie Duitse zinnen weer in elkaar. We bewaren je score.
Vertaal naar het Duits: Op de order staan twaalf stuks, in het vak liggen er negen.
Auf dem Auftrag stehen zwölf Stück, im Fach liegen neun.
Zet de woorden in de juiste volgorde: anderer / Artikel / Dort / ein / liegt
Dort liegt ein anderer Artikel.
Schrijf deze zin in het Duits: Stem de beoogde status alstublieft af met de leiding.
Bitte klären Sie den vorgesehenen Status mit der Leitung.
Tik de woorden in de juiste volgorde aan.
Tik de woorden in de juiste volgorde aan.
Tik de woorden in de juiste volgorde aan.
Bewaar je voortgang
Maak gratis een account aan om je oefenresultaten op te slaan en verder te gaan met het verhaal in het spel.
Account maken en opslaanIk heb al een accountGebruik het vandaag
Je pickt een order en vindt minder artikelen dan vermeld. Zeg één zin waarin je order en vak vergelijkt, en één zin waarin je je teamleider vraagt welke status de order moet krijgen.

