Nederlands gebruikt een alfabet; Japans combineert meestal meerdere schriftsoorten in één zin.

Het idee

Hiragana schrijft vaak partikels en grammaticale uitgangen, zoals は en みます. Katakana wordt vaak gebruikt voor leenwoorden zoals パン en コーヒー. Kanji dragen vaak de kern van woorden, zoals 水 en 読; furigana erboven geeft de lezing aan. Kana geven klankeenheden weer, terwijl de lezing van een kanji per woord kan verschillen.

Voorbeelden

  • 私わたしは学生がくせいです。Ik ben student.
  • 水みずを飲のみます。Ik drink water.
  • パンを買かいます。Ik koop brood.
  • コーヒーが好すきです。Ik houd van koffie.
  • 本ほんを読よみます。Ik lees een boek.
  • 猫ねこはここにいます。De kat is hier.

Voorlezen gebruikt een synthetische Japanse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

Verwacht geen spatie tussen elk woord zoals in het Nederlands en ga niet uit van één lezing per kanji.

Probeer het zelf

  1. Kies de hiragana: (みず/ミズ)

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    みず

    みず is hiragana; ミズ geeft dezelfde klanken weer in katakana.

  2. Kies de katakana: (パン/ぱん)

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    パン

    パン is katakana en schrijft hier een leenwoord.

  3. Kies de lezing van 本: (ほん/みず)

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    ほん

    本 lees je in deze zin als ほん; みず is de lezing van 水.

Gebruik het vandaag

Zoek in 水を飲みます de kanji en de hiragana-uitgang en lees daarna de furigana hardop.