Je stelt vragen over dingen, personen, plaatsen, toestanden en aantallen met de vijf belangrijkste vraagwoorden en ziet waarom ze geen mi nodig hebben.

Het idee

Een vraagwoord neemt de plaats van het antwoord in en blijft daar staan, meestal vlak voor het werkwoord: Kim geliyor? – Ali geliyor. Ne vraagt naar dingen, kim naar personen, nerede naar de plaats, nasıl naar manier of toestand, kaç naar het aantal. Na kaç blijft het zelfstandig naamwoord enkelvoud: kaç öğrenci.

Patronen vergelijken
VraagwoordVraagAntwoord op dezelfde plek
neBu ne?Bu bir kalem.
kimKim geliyor?Ayşe geliyor.
neredeOkul nerede?Okul köşede.
nasılHava nasıl?Hava soğuk.
kaçKaç kardeşin var?İki kardeşim var.
kiminBu çanta kimin?Bu çanta Ali'nin.

Voorbeelden

  • Sen nerede çalışıyorsun?Waar werk jij?Het vraagwoord staat waar het antwoord komt te staan: Ankara'da çalışıyorum. Het voornaamwoord sen mag wegvallen.
  • Akşam ne yapıyorsun?Wat doe je vanavond?
  • Kapıda kim var?Wie is er aan de deur?
  • Sınıfta kaç öğrenci var?Hoeveel leerlingen zijn er in de klas?Na kaç blijft het zelfstandig naamwoord enkelvoud: öğrenci, niet öğrenciler. Het antwoord is: Yirmi öğrenci var.
  • Hava bugün nasıl?Hoe is het weer vandaag?Hier vraagt nasıl naar een toestand en dient het als gezegde, een werkwoord is niet nodig: Hava güzel.
  • Bu çanta kimin?Van wie is deze tas?Kimin is kim plus de genitief -in, 'van wie'. Het antwoord herhaalt het: Bu çanta Ali'nin.
  • neredesinwaar ben jenerede-de / -da / -te / -ta: in, op, bijsin-im / -sin / -iz / -siniz: ik ben, je bent, wij zijnHet persoonsachtervoegsel -sin hangt direct aan nerede. Voor hij, zij, het is er geen achtervoegsel: Okul nerede?
  • neredenwaarvandaannereden-den / -dan / -ten / -tan: van, uit

Voorlezen gebruikt een synthetische Turkse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

In een gewone vraag met een vraagwoord staat geen mi: Neredesin?, niet Nerede misin?. Het persoonsachtervoegsel hangt direct aan het vraagwoord. Wie het mi van de ja/nee-vraag overneemt, klinkt onnatuurlijk.

Probeer het zelf

  1. Vul het vraagwoord in: Wat doe je vanavond?

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    ne

    ne: het antwoord zou een ding of een handeling zijn (Çay içiyorum), en daarvoor is ne; het blijft voor het werkwoord yapıyorsun staan, waar ook het antwoord zou staan.

  2. Vul het vraagwoord in: Hoeveel appels zitten er in de mand?

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    kaç

    kaç: het antwoord is een getal, en kaç vraagt naar aantallen. Het zelfstandig naamwoord blijft erna enkelvoud: elma, niet elmalar, omdat het getal al zegt hoeveel.

  3. Vul het vraagwoord in: Wie spreekt er aan de telefoon?

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    kim

    kim: het antwoord is een persoon (Komşu var), en kim is het woord voor personen. Ne zou naar een ding vragen en de vraag veranderen.

  4. Vraag een vriend in één woord waar hij is: nere + -de + -sin.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    neredesin

    neredesin: nere is de plaats, -de betekent 'in, bij', -sin betekent 'je bent', alles in één woord. Het woord stelt de vraag al, dus mi heeft hier geen taak.

Gebruik het vandaag

Schrijf vijf vragen aan een vriend, een met elk van ne, kim, nerede, nasıl en kaç, en onderstreep in elke vraag de plek waar het antwoord zou staan.