Je bouwt eenvoudige zinnen met het werkwoord aan het eind en leert welke woorden ervoor van plaats mogen wisselen.

Het idee

Een eenvoudige Turkse zin eindigt met het werkwoord: Ali çay içiyor. De andere woorden staan ervoor, meestal als onderwerp, tijd, plaats of doel, voorwerp: Annem akşam mutfakta yemek yapıyor. Niet de positie maar de achtervoegsels tonen de rol van elk woord, dus de woorden voor het werkwoord mogen wisselen om de nadruk te verschuiven; het woord vlak voor het werkwoord krijgt de meeste nadruk.

Patronen vergelijken
OnderwerpTijdPlaats of doelLijdend voorwerpWerkwoord
Alibugünokula–gidiyor
Annemakşammutfaktayemekyapıyor
Bizher gün–çayiçiyoruz

Voorbeelden

  • Ben her gün kitap okuyorum.Ik lees elke dag een boek.Het werkwoord sluit de zin af. De woorden ervoor mogen van plaats wisselen; de nieuwe volgorde verschuift alleen een beetje de nadruk.
  • Ayşe sabah çay içiyor.Ayşe drinkt 's ochtends thee.
  • Ali bugün okula gidiyor.Ali gaat vandaag naar school.Het woord vlak voor het werkwoord krijgt de nadruk: in Ali okula bugün gidiyor is de dag (vandaag) de hoofdzaak, niet de plaats.
  • Annem mutfakta yemek yapıyor.Mijn moeder kookt in de keuken.
  • Biz akşam sinemaya gidiyoruz.Wij gaan 's avonds naar de bioscoop.
  • Ali bugün nereye gidiyor?Waar gaat Ali vandaag naartoe?Het vraagwoord neemt de plaats van het antwoord in, vlak voor het werkwoord: vergelijk Ali bugün okula gidiyor.
  • Eve gidiyorum.Ik ga naar huis.Het voornaamwoord is weggelaten: het achtervoegsel -um in gidiyorum betekent al 'ik', en het werkwoord blijft laatst.

Voorlezen gebruikt een synthetische Turkse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

Nederlandstaligen zetten het werkwoord vlak na het onderwerp: Ben okuyorum kitap, Ali gidiyor okula. In gesproken Turks kan dat alleen als aanvulling achteraf; de gewone zin is Ben kitap okuyorum, Ali okula gidiyor.

Probeer het zelf

  1. Zet de woorden in de juiste volgorde: Ik ga naar school.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    okula gidiyorum

    okula gidiyorum: het werkwoord staat laatst, dus het doel okula staat ervoor; het achtervoegsel -um betekent al 'ik', dus ben is niet nodig.

  2. Zet de woorden in volgorde, onderwerp eerst: Ali drinkt thee.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    Ali çay içiyor

    Ali çay içiyor: eerst het onderwerp, het voorwerp çay vlak voor het werkwoord, en het werkwoord sluit de zin af.

  3. Zet de woorden in volgorde: Waar ga je naartoe?

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    nereye gidiyorsun

    nereye gidiyorsun: nereye neemt de plaats van het antwoord (okula) in, vlak voor het werkwoord, en het werkwoord blijft laatst.

  4. Schrijf het werkwoord dat de zin afsluit: Wij gaan naar de bioscoop.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    gidiyoruz

    gidiyoruz: het werkwoord moet de zin afsluiten, en het achtervoegsel -uz draagt het onderwerp 'wij'.

Gebruik het vandaag

Schrijf vier zinnen over je dag, elk met een onderwerp, een tijdwoord, een plaats of voorwerp en het werkwoord laatst. Zet het tijdwoord daarna vooraan en vlak voor het werkwoord en beschrijf hoe de nadruk verandert.