Je zegt wat er op een plek is en wat er niet is, en je stelt er een vraag over, zonder werkwoord.

Het idee

Var betekent „er is” en yok „er is niet”. Hier zijn het geen werkwoorden en ze krijgen geen uitgang: eerst de plaats in de locatief, dan het ding, dan het woord: Evde süt var, Evde süt yok. Voor een vraag komt er een los woord mı/mi/mu/mü achter: Evde süt var mı?

Patronen vergelijken
BevestigendOntkennendVraagOntkennende vraag
Evde süt var.Evde süt yok.Evde süt var mı?Evde süt yok mu?
Parkta çocuk var.Parkta çocuk yok.Parkta çocuk var mı?Parkta çocuk yok mu?
Sınıfta öğrenci var.Sınıfta öğrenci yok.Sınıfta öğrenci var mı?Sınıfta öğrenci yok mu?

Voorbeelden

  • Evde süt var.Er is melk in huis.
  • Çantada kalem yok.Er zit geen pen in de tas.Yok is de ontkenning van var; de zin wordt niet met değil gemaakt.
  • Parkta çok çocuk var.Er zijn veel kinderen in het park.Na çok (veel) blijft het zelfstandig naamwoord enkelvoud, en var blijft gelijk voor één of meer.
  • Burada su var mı?Is er hier water?
  • Odada bir masa ve iki sandalye var.In de kamer staan een tafel en twee stoelen.Eén var sluit de hele opsomming af, en het zelfstandig naamwoord na iki (twee) blijft enkelvoud: iki sandalye.
  • Evde ekmek var, ama süt yok.Er is brood in huis, maar geen melk.
  • Burada kimse yok.Er is hier niemand.Yok betekent al "niet aanwezig", dus kimse yok heeft geen tweede ontkenning nodig.
  • Bahçede kaç ağaç var?Hoeveel bomen staan er in de tuin?

Voorlezen gebruikt een synthetische Turkse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

Ontken var niet met değil: Evde süt var değil is fout. De ontkenning van var is een eigen woord, yok: Evde süt yok. Değil ontkent dat iets iets is, niet dat het bestaat.

Probeer het zelf

  1. Voeg de locatief toe aan park: Er zijn veel kinderen in het park.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    parkta

    parkta: k is stemloos en de laatste klinker is a, dus het achtervoegsel is -ta; de plaats moet de locatief hebben voordat var kan zeggen wat er is.

  2. Schrijf var of yok: Er zit een pen in de tas.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    var

    var: de pen zit in de tas, dus de zin is bevestigend en heeft var nodig.

  3. Schrijf het woord voor "er is niet": Er is geen brood in huis. Gebruik geen değil.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    yok

    yok: er is geen brood; değil ontkent wat iets is, dus past hier niet.

  4. Schrijf beide woorden van de vraag: Staat er een tafel in de kamer?

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    var mı

    var mı: het vraagwoord staat los en volgt de laatste klinker, a geeft ı.

Gebruik het vandaag

Kijk rond in je kamer en schrijf vier zinnen: twee met var, twee met yok. Maak er één een vraag met mı of mu.