Klinkerharmonie: de regel met twee en met vier vormen
Leer hoe de laatste klinker van een Turks woord de klinker van het achtervoegsel bepaalt, in de regel met twee en met vier vormen, met een tabel van alle acht klinkers.
Lezen en oefenen
InloggenMijn accountAvonturendagboek
Leer klinkerharmonie, woordvolgorde, ontkenning en zinspatronen regel voor regel, met voorbeelden en typoefeningen.
Avonturendagboek
Kies je niveau
Geen passende les gevonden. Probeer een kortere zoekopdracht of een ander onderwerp.
Leer hoe de laatste klinker van een Turks woord de klinker van het achtervoegsel bepaalt, in de regel met twee en met vier vormen, met een tabel van alle acht klinkers.
Lezen en oefenenWaar staat het werkwoord in het Turks? Aan het eind. Leer de gewone volgorde onderwerp, tijd, plaats, voorwerp, werkwoord en welke woorden van plaats mogen wisselen.
Lezen en oefenenZes Turkse voornaamwoorden van ben tot onlar en wat de meeste leerders verrast: o heeft geen geslacht, siz is ook beleefd, en de werkwoordsuitgang maakt het voornaamwoord vaak overbodig.
Lezen en oefenenHet Turks heeft geen woord voor „ben” of „bent”: de uitgang doet het werk. Vorm öğrenciyim, öğrencisin en öğrenciyiz en zie wanneer de y verschijnt.
Lezen en oefenenLeer hoe değil zelfstandige en bijvoeglijke naamwoorden ontkent, waarom de persoonsuitgang aan değil hangt (değilim, değilsin) en niet aan het naamwoord, en hoe werkwoorden worden ontkend.
Lezen en oefenenMaak van een Turkse bewering een ja/nee-vraag met het apart geschreven partikel mi, mı, mu, mü: kies de klinker, zet het achter het juiste woord en voeg de uitgang toe.
Lezen en oefenenNe, kim, nerede, nasıl en kaç vragen naar dingen, personen, plaats, manier en aantal: ze staan waar het antwoord zou staan en krijgen geen mi.
Lezen en oefenenWelk Turks woord betekent dit, welk dat, en wanneer is het hij of zij? Leer bu, şu en o, hun meervouden bunlar, şunlar, onlar en waarom het zelfstandig naamwoord het meervoud draagt.
Lezen en oefenenZeg wat er is en wat er ontbreekt met var en yok: de plaats in de locatief, het ding, dan het woord, en de vraag met var mı. Zonder werkwoord.
Lezen en oefenenWat er nu gebeurt: geliyorum, okuyorum, başlıyorum. Met de smalle klinker voor -yor, de wegvallende a of e en de persoonsuitgangen.
Lezen en oefenenVan gidiyorum naar gitmiyorum: waar de ontkenning staat, waarom haar klinker voor -yor verandert en hoe je Gelmiyor musun? vraagt met een los vraagwoord.
Lezen en oefenenTurks heeft geen lidwoord: een bepaald voorwerp krijgt de accusatief -ı/-i/-u/-ü (kitabı okuyorum), een algemeen voorwerp blijft kaal (kitap okuyorum).
Lezen en oefenenHet datiefachtervoegsel markeert het doel van een beweging en degene die iets krijgt. Waarom het doel nooit zonder uitgang blijft en waarom na een klinker een y komt.
Lezen en oefenenZeg waar je bent en waar je vandaan komt: -de/-da bij blijven, -den/-dan bij weggaan, ook als de plaats een persoon is, zoals in Ali'de en bende.
Lezen en oefenenZeg in het Turks wat je hebt of niet hebt: de bezitter in de genitief, het bezit met een bezitsuitgang en dan var of yok, zoals in Benim kitabım var.
Lezen en oefenenIn het Turks staat het bijvoeglijk naamwoord voor het zelfstandig naamwoord en verandert het nooit: büyük evlerde, güzel bir ev. Waar bir komt en waarom ev büyük een hele zin is.
Lezen en oefenenNa üç, on, kaç, birkaç of çok blijft een Turks zelfstandig naamwoord enkelvoud: iki kitap. Zie waarom het getal het meervoud al draagt en wanneer -ler/-lar tóch staat.
Lezen en oefenenTegen een vriend zeg je gel, tegen een vreemde of een groep gelin. Zo vormt het Turks bevelen uit de werkwoordsstam, en zo wordt git tot gidin.
Lezen en oefenenThee bestellen, zeggen dat je weg wilt of dat je geld nodig hebt: istiyorum voor willen, bana lazım voor nodig hebben, en hoe beide zinnen in elkaar zitten.
Lezen en oefenenMet wie ga je, en waarmee? Leer ile voor gezelschap, vervoer en gereedschap: arkadaşımla, otobüsle, benimle, en hoe het twee namen verbindt zoals „en”.
Lezen en oefenenBrood en kaas, koud maar zonnig, thuis of werk: verbind woorden en zinnen met ve, ama en veya en geef een reden met çünkü.
Lezen en oefenenSevmek vraagt de accusatief en hoşlanmak de ablatief. Leer in het Turks zeggen wat je wel en niet leuk vindt, van Kahveyi seviyorum tot Kediden hoşlanmıyorum.
Lezen en oefenenDün geldim, dün gittim: gebeurtenissen die voorbij zijn zeg je in het Turks met -di op de kale werkwoordsstam plus een persoonsuitgang, met dün en az önce.
Lezen en oefenenZeg gitmedim en vraag gittin mi?: waar -me vóór -di komt, welke persoonsuitgang volgt en waarom mi onveranderd en los geschreven blijft.
Lezen en oefenenBugün en yarın hebben geen uitgang, een kloktijd wel: saat üçte. Zo zeg je in het Turks wanneer iets gebeurt, van vandaag tot een dag van de week.
Lezen en oefenenBetekent evet ja na Kahve içmiyor musun? Zo beantwoord je ontkennende vragen in het Turks: evet stemt in met de vraag, hayır wijst haar af.
Lezen en oefenenElke ochtend thee, water bevriest bij nul: zeg in het Turks wat meestal gebeurt met -ır/-ar, zoals in içerim, gelir en gideriz.
Lezen en oefenenGelmem, gelmezsin, gelmeyiz: vorm de ontkennende aorist met -mez/-maz, zie waarom ben en biz de z verliezen en stel vragen zoals Gelmez misin?
Lezen en oefenenMorgen, volgende week, straks: vorm de Turkse toekomende tijd met -ecek/-acak, voeg de persoonsuitgangen toe en zie waarom gelecek geleceğim wordt.
Lezen en oefenenGitmeyeceğim, kalmayacak, gelmeyecek misin? Zo vorm je de ontkennende Turkse toekomende tijd, waarom -me niet in -mi verandert en hoe je de vraag met een los mi stelt.
Lezen en oefenenAli'nin evi, kapının anahtarı: de bezitter krijgt -in, het bezit een bezitsuitgang, met de juiste klinker en de zachte medeklinker.
Lezen en oefenenHoe twee Turkse zelfstandige naamwoorden één begrip vormen: alleen het tweede krijgt -sı of -ı, zoals in ev kapısı en çay bardağı, en wat er met zijn slotmedeklinker gebeurt.
Lezen en oefenenYardım edebilirim betekent „ik kan helpen”: zo geeft -ebil- vermogen, mogelijkheid en toestemming aan, wanneer je een y nodig hebt en waarom git gid wordt.
Lezen en oefenenGelemiyorum of gelmiyorum? Zeg in het Turks dat je iets niet kunt met -eme/-ama in de tegenwoordige, verleden en aoristustijd, en houd het uit elkaar van de gewone ontkenning.
Lezen en oefenenWat moet je morgen doen? Zet -meli of -malı achter de werkwoordsstam, voeg de persoonsuitgang toe en zeg wat iemand moet of zou moeten doen.
Lezen en oefenenGitmem gerek, gitmen lazım, gitmek zorundayım: zeg wat je moet doen, zet de persoonsuitgang op het juiste woord en ontken met gerek yok.
Lezen en oefenenElif senden daha genç: zo bouw je „jonger dan jij” met daha en de ablatief, en waarom het Turks geen apart woord voor „dan” heeft.
Lezen en oefenenEn güzel, en hızlı, en çok: de overtreffende trap vorm je met één klein woordje voor het bijvoeglijk naamwoord; zie welke uitgangen het zelfstandig naamwoord krijgt.
Lezen en oefenenÇok moe, biraz melk, fazla zout: leer erg, een beetje, weinig en te veel in het Turks en zet het gradatiewoord vlak voor het woord dat het verandert.
Lezen en oefenenVoor mijn opa, zoals ik, tot de avond: hoe gibi, kadar en için achter het zelfstandig naamwoord staan, waarom ben benim wordt en wanneer kadar „tot” is.
Lezen en oefenenÇünkü noemt de reden, bu yüzden het gevolg, en için verbindt een zelfstandig naamwoord met zijn doel. Leer waar wat staat en waarom het benim için is, niet ben için.
Lezen en oefenenAçalım mı, açayım mı? Leer wanneer -elim „wij” betekent en -eyim „ik”, hoe je samen iets voorstelt of hulp aanbiedt en met -meyelim „laten we niet” zegt.
Lezen en oefenenMag ik hier zitten? Vorm Oturabilir miyim? en Verir misiniz? om toestemming te vragen, hulp aan te bieden en beleefd iets te vragen, met de persoon op mi.
Lezen en oefenenHet regende toen de telefoon ging: -yordu voor de achtergrond, -dı voor de gebeurtenis die erdoorheen komt, zoals in Yağmur yağıyordu, telefon çaldı.
Lezen en oefenenVardı, yoktu, olacak: zeg dat iets er was, ontbrak of er zal zijn, en zie waarom de toekomst van var via olmak gaat en niet via een uitgang op var.
Lezen en oefenenMüziği dinliyorum, niet müziğe: welke naamval vraagt welk Turks werkwoord? Een korte kaart van dinlemek, beklemek, bakmak, korkmak, konuşmak en kalmak.
Lezen en oefenenBiri geldi, herkes geldi, her şey hazır: zo zeg je in het Turks iemand, iets, iedereen en alles, en zo zie je waarom her şey los geschreven wordt.
Lezen en oefenenEerst wassen, dan eten, tot slot vertrekken: zet önce, sonra en sonunda op de juiste plek en zie waarom sonunda „eindelijk” betekent en niet zomaar „daarna”.
Lezen en oefenenNiemand, niets, geen enkel en nooit in het Turks: hoe kimse, hiçbir şey, hiçbir en hiç met een ontkennend werkwoord werken en waarom Kimse geldi fout is.
Lezen en oefenenEen besneeuwde straat of een bericht van een vriendin: kies de Turkse verleden tijd die laat zien hoe je iets te weten kwam, ook over je eigen handelen.
Lezen en oefenenDe film draaide al bij onze aankomst: vertel in het Turks wat vóór een ander moment in het verleden was gebeurd en onderscheid dit van een reeks gebeurtenissen.
Lezen en oefenenEen afspraak voor de avond stond al vast, maar ging die door? Maak in het Turks onderscheid tussen een eerder plan en wat er werkelijk gebeurde.
Lezen en oefenenElke ochtend water geven, elke avond verhalen vertellen: beschrijf vroegere gewoontes in het Turks en onderscheid ze van één afgeronde gebeurtenis.
Lezen en oefenenEen regenbui kan plannen veranderen: verbind in het Turks een mogelijke voorwaarde met het gevolg en oefen ontkennende voorwaarden en instructies.
Lezen en oefenenEen gemiste trein, een telefoontje dat uitbleef: verwoord in het Turks een onwerkelijke voorwaarde en haar gevolg, voor gisteren én voor nu.
Lezen en oefenenEen gemist telefoontje of een wens voor morgen: druk beide uit met keşke en ontdek waarom olsaydı niet altijd naar het verleden verwijst.
Lezen en oefenenLaat Elif hier wachten: geef in het Turks aanwijzingen over wat anderen moeten doen en spreek wensen uit met de gebiedende wijs in de derde persoon.
Lezen en oefenenEen verstuurd pakket, een geverfde muur: met het Turkse passief vertel je wat er met iets gebeurt. Laat de objectuitgang weg en noem de uitvoerder alleen als dat helpt.
Lezen en oefenenEen plank die een vakman maakt en een grap die iedereen laat lachen: gebruik de Turkse causatief en kies de naamval van degene die de handeling uitvoert.
Lezen en oefenenJezelf wassen, iemand ontmoeten, samen lachen: herken wederkerende en wederkerige handelingen in het Turks aan de deelnemers, niet alleen aan de uitgang.
Lezen en oefenenEen activiteit kan het onderwerp van een Turkse zin zijn. Gebruik infinitiefgroepen voor handelingen en wensen en onderscheid okumak van okumayı.
Lezen en oefenenEen pauze, een overleg, een notitie: verbind een handeling met haar doel in het Turks en onderscheid een bedoeling van iets dat op het punt staat te gebeuren.
Lezen en oefenenEen hele handeling kan in het Turks onderwerp of voorwerp zijn. Verbind -me/-ma met bezit en naamval, en houd een handelingsnaam en ontkenning uit elkaar.
Lezen en oefenenEen hele mededeling kan in het Turks het object van “weten” of “denken” worden. Koppel het onderwerp aan de bezitsuitgang en naamval en kies heden of toekomst.
Lezen en oefenenEen wachtende reiziger, een gevallen glas: maak Turkse betrekkelijke zinnen en onderscheid de rol van het zelfstandig naamwoord in de beschrijving van die in de hoofdzin.
Lezen en oefenenEen gekocht schrift en een hotel voor later: bepaal Turkse zelfstandige naamwoorden met een handeling, geef aan wie handelt en herken het tijdsverschil.
Lezen en oefenenEven stoppen, nadenken, beslissen: verbind Turkse handelingen met -ip, geef de tijd aan op het laatste werkwoord en maak een wisseling van onderwerp duidelijk.
Lezen en oefenenSchrijven om te leren, lopen om ergens te komen: met het Turkse -erek beschrijf je een werkwijze of begeleidende handeling, niet alleen een volgorde.
Lezen en oefenenEen rinkelende bel, afkoelende thee: verbind gebeurtenissen met het Turkse -ince, herken beide onderwerpen en geef aan wanneer een reactie meteen moet volgen.
Lezen en oefenenTwee handelingen kunnen tegelijk plaatsvinden. Geef in het Turks de achtergrond van een gebeurtenis aan, benoem wie wat doet en onderscheid „tijdens” van „na”.
Lezen en oefenenOngeproefde soep en een vroeg gedekte tafel: onderscheid met -meden een overgeslagen handeling van een latere gebeurtenis en maak ‘voordat’ expliciet met önce.
Lezen en oefenenWakker worden komt vóór het openen van de gordijnen. Verbind Turkse gebeurtenissen met een nadat-zin en maak de tijd en de handelende personen duidelijk.
Lezen en oefenenWachten duurt tot een grens: gebruik kadar met een tijdstip, een bestemming of een gebeurtenis en onderscheid “tot je komt” van “wanneer je komt”.
Lezen en oefenenAndermans woorden houden in het Turks hun eigen perspectief. Oefen het citeren van uitspraken, vragen en gedachten en herken het verschil met indirecte rede.
Lezen en oefenenEen onbeantwoorde vraag wordt deel van een Turkse zin: vertel wat je je afvraagt, behoud waar of wanneer en verbind twee mogelijkheden voor een of-vraag.
Lezen en oefenenEen kleine spatie verandert de boodschap: zet de Turkse partikel achter de juiste woordgroep en herken wanneer die in een gesprek „maar” betekent.
Lezen en oefenenEen vergeten telefoontje laat zien hoe je in het Turks terugkijkt op een keuze. Zeg wat had moeten gebeuren en onderscheid spijt van iets dat niet nodig was.
Lezen en oefenenEen doos eindelijk open, een vergadering buiten bereik: onderscheid in het Turks een behaald resultaat, een vroegere vaardigheid en een toekomstige mogelijkheid.
Lezen en oefenenEen deur gaat in een flits open, een passagier valt bijna: kies Turkse werkwoordcombinaties op basis van het verloop en de werkelijke afloop van een handeling.
Lezen en oefenenEen belofte wordt dagen later naverteld. Geef Turkse uitspraken, vragen en verzoeken weer met heldere verwijzingen naar personen, tijd en plaats.
Lezen en oefenenEen lezeres, een aanbevolen boek en een bekende schrijver: ontrafel Turkse betrekkelijke bijzinnen en volg het onderwerp en de naamvalsuitgang op elk niveau.
Lezen en oefenenVerdroogde bladeren en gewassen hemden: beschrijf met Turks -miş vóór een naamwoord het resultaat, herken passieve vormen en voeg niet zomaar “naar verluidt” toe.
Lezen en oefenenOnbreekbaar glas en een lezenswaardig artikel: onderscheid Turkse ontkennende deelwoorden van waarderende vormen en ontdek waarom -ası geen ontkenning is.
Lezen en oefenenElke blik roept een herinnering op, elke bladzijde maakt de tekst duidelijker. Turks -dikçe verbindt herhaling, geleidelijke verandering en een blijvende voorwaarde.
Lezen en oefenenDrie maanden sinds de verhuizing, stilte sinds het vertrek: met het Turkse -eli geef je een beginpunt aan en beschrijf je de verstreken tijd of een blijvende toestand.
Lezen en oefenenEen ongewijzigd gepubliceerde tekst: vergelijk -meksizin met -meden, kies een passende toon en houd “zonder iets te doen” apart van “voordat”.
Lezen en oefenenDoyasıya bij plezier, ölesiye bij angst: onderscheid Turkse versterkingen van vergelijkingen met “alsof”, zonder ze als een letterlijk resultaat te lezen.
Lezen en oefenenEen stille gang, een gemelde sluiting, een voorwaarde: kies idi, imiş, ise of iken op betekenis en houd het tijdstip van een toestand los van de bron van je informatie.
Lezen en oefenenEen rustige kamer als voorwaarde, twee tassen ter vergelijking: ontdek wanneer het Turkse ise „als” betekent en wanneer het een ander onderwerp tegenover het eerste zet.
Lezen en oefenenEen mogelijke bui verschilt van een werkelijk obstakel. Druk toegeving uit in het Turks, onderscheid feiten van mogelijkheden en kies de naamval bij “ondanks”.
Lezen en oefenenEen verdwenen sleutel, een tafel die niet past: verbind tegengestelde feiten met oysa, hâlbuki en ancak en onderscheid „echter” van „slechts”.
Lezen en oefenenTwee eigenschappen samen, twee gebeurtenissen uitgesloten of één van twee plannen: Turkse voegwoordparen vragen om parallelle zinsdelen en een passende werkwoordsvorm.
Lezen en oefenenZelfs opa, zelfs een app: de plaats bepaalt de Turkse nadruk. Maak onderscheid tussen verrassing, versterking, een herinnering en een vermoeden.
Lezen en oefenenEen pad naar het meer vraagt niet om een genoemde wandelaar: gebruik het Turkse onpersoonlijke passief voor routes, verwachtingen en gebeurtenissen.
Lezen en oefenenKoken uitbesteden of een opdracht doorgeven: ontrafel dubbele Turkse causatieven en combineer ze met de lijdende vorm en ontkenning zonder de rollen te verwarren.
Lezen en oefenenWerken, willen dat iemand werkt of weten dat iemand werkt: kies een Turkse nominalisatie op basis van betekenis, onderwerp en het hoofdwerkwoord.
Lezen en oefenenEen oorzaak verklaart de uitkomst; een hindernis maakt die onverwacht. Kies göre, dolayı, rağmen of karşın en de juiste naamval voor de aanvulling.
Lezen en oefenenEen taak begrijpen of verstand hebben van een vak: het Turks gebruikt verschillende naamvallen. Kies ook in verbonden zinnen de aanvulling bij elk werkwoord.
Lezen en oefenenHetzelfde verslag, een andere vraag: zet in het Turks wat, wanneer of wie centraal en herken bekende informatie die achter het werkwoord staat.
Lezen en oefenenRespectvolle afstand vraagt om passende uitgangen: houd Turkse aanspreekvormen consequent, verzacht een verzoek met een voorwaarde en herken een uitnodiging.
Lezen en oefenenEen voortgangsverslag vraagt om een heldere tijdlijn. Kies formele Turkse gezegden voor lopend werk, behoud de lijdende vorm en onderscheid afgeronde gebeurtenissen.
Lezen en oefenenEen kaars gaat zo uit; een mand viel bijna. Maak in het Turks onderscheid tussen iets wat op het punt staat te gebeuren, een vermeden ongeluk en een doel.
Lezen en oefenenEen doos dragen, een belofte doen: herken de Turkse aorist in aanbiedingen, verzoeken, weigeringen en voorwaardelijke uitnodigingen, zonder overal een gewoonte te lezen.
Lezen en oefenenLege stoelen vormen een aanwijzing, geen bewijs. Zeg in het Turks wat mogelijk gebeurt, wat waar kan zijn en wat gebeurd moet zijn.
Lezen en oefenenKnallend rood en bestanden die één voor één opengaan: onderscheid Turkse versterkingen, woordherhalingen en de vaste uitdrukking mis gibi.
Lezen en oefenenEen kamer lijkt kleiner, een kind doet alsof het slaapt: onderscheid indrukken van feiten met het Turkse sanki, gibi en -miş gibi.
Lezen en oefenenEen reservesleutel geeft opluchting; een kalenderdatum leidt tot een conclusie. Verbind Turkse zinnen en onderscheid vaste uitdrukkingen en hun spelling.
Lezen en oefenenEen tweede voordeel is geen gevolg: verbind Turkse argumenten met bu nedenle, ayrıca en dolayısıyla en houd toevoegingen en gevolgtrekkingen uit elkaar.
Lezen en oefenenWoordelijk vertalen vanuit het Engels kan veranderen wie iets doet of wat je ontkent. Onderzoek Turkse bijzinnen, werkwoordaanvullingen en ontkenningen.
Lezen en oefenen