Met ders bedoel je een les die je bijwoont of waarvan je de inhoud bestudeert. Met de naamvallen, het meervoud en de bezitsvormen van dit woord kun je je eigen studiegewoonten beschrijven.

Het idee

De stam ders blijft heel: dersi, derse, dersler, dersimiz. De laatste s geeft derste en dersten, maar met een bezitsuitgang krijg je dersimizde, met d na z. De context bepaalt of dersi een bepaald lijdend voorwerp is of zijn/haar les betekent. Vergelijk bu dersi met onun dersi; in zijn/haar les is onun dersinde.

Patronen vergelijken
GebruikVorm
Basisvorm: lesders
Accusatief: een bepaalde lesdersi
Datief: naar de lesderse
Locatief: in de lesderste
Ablatief: van de les vandaandersten
Genitief: van de lesdersin
Meervoud: lessendersler
Mijn lesdersim
Jouw lesdersin
Zijn/haar lesdersi
Onze lesdersimiz
Jullie/uw lesdersiniz
Hun les of lessenonların dersleri
Onze lessenderslerimiz
In onze lesdersimizde
In zijn/haar lesonun dersinde
Uit onze lessenderslerimizden

Voorbeelden

  • Bugün derse erken geldik.We kwamen vandaag vroeg naar de les.
  • Bu dersi birlikte çalışalım.Laten we deze les samen bestuderen.
  • Dersimiz bugün erken bitiyor.Onze les is vandaag vroeg afgelopen.
  • Derste telefonumu kapatıyorum.Ik zet mijn telefoon uit tijdens de les.
  • Dersten sonra kütüphaneye gidiyoruz.Na de les gaan we naar de bibliotheek.
  • Dersin konusu günlük alışveriş.Het onderwerp van de les is dagelijkse boodschappen doen.
  • Her akşam yarım saat ders çalışıyorum.Ik studeer elke avond een halfuur.
  • Onun dersinde herkes soru soruyor.In zijn of haar les stelt iedereen vragen.
  • derslerimizdenuit onze lessenderslerHet meervoud -ler / -lar: vorm en plaatsimiz-imiz / -ımız / -umuz / -ümüz: ons en onzeden-den / -dan / -ten / -tan: van, uit

Voorlezen gebruikt een synthetische Turkse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

Voor studeren als activiteit gebruik je ders çalışmak: Her akşam ders çalışıyorum. Voeg niet automatisch -i toe. Als je een bepaalde les bestudeert, past bu dersi çalışmak. De uitgang verandert de betekenis; dersi is niet zomaar een volledigere versie van ders.

Probeer het zelf

  1. Vul aan: in deze les gebruiken we geen telefoons. Schrijf de ontbrekende vorm van ders.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    derste

    derste: de zin plaatst de telefoonregel binnen deze les. De locatief volgt direct op de stemloze s en begint daarom met t. De stam zelf verandert niet.

  2. Vul aan: onze lessen zijn vandaag kort. Gebruik het meervoud van ders met de uitgang voor ‘onze’.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    derslerimiz

    derslerimiz: het gaat om meerdere lessen van ons. De meervoudsuitgang -ler komt vóór de bezitsuitgang -imiz. Bizim noemt de bezitters uitdrukkelijk, maar vervangt de uitgang aan het zelfstandig naamwoord niet.

  3. Vul aan: in zijn of haar les zijn twee nieuwe leerlingen. Schrijf alleen het ontbrekende woord.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    dersinde

    dersinde: onun wijst op een bezitter in de derde persoon; de leerlingen zijn in diens les. Voeg -n- en -de toe aan dersi. Zonder onun kan dezelfde vorm ook ‘in jouw les’ betekenen.

  4. Vul de vaste uitdrukking voor studeren in het algemeen aan: ik studeer elke avond. Schrijf het ontbrekende woord.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    ders

    ders: de zin beschrijft studeren als gewoonte, zonder een bepaalde les als lijdend voorwerp. In de uitdrukking ders çalışmak staat het woord zonder naamvalsuitgang; een accusatief zou die betekenis veranderen.

Gebruik het vandaag

Beschrijf wanneer je les begint, wat je tijdens de les doet en wanneer je thuis studeert. Gebruik een bezitsvorm en leg uit waarom elke naamvalsuitgang past.