Je kunt je op een examen voorbereiden, het doen en ervoor slagen. Kies de vorm van sınav die bij de zin past en geef aan van wie het examen is. Alle klassituaties zijn verzonnen.

Het idee

De stam sınav blijft gelijk: sınavı, sınava, sınavda, sınavdan, sınavın. De laatste klinker vraagt om achterklinkers in de uitgangen; de v verandert niet. Vergelijk sınavlar (examens), sınavım (mijn examen) en sınavlarımız (onze examens). Leer de combinaties: sınava girmek betekent een examen doen, sınavı geçmek betekent voor het examen slagen.

Patronen vergelijken
GebruikTurkse vorm
Basisvormsınav
Meervoudsınavlar
Bepaald lijdend voorwerp (accusatief)sınavı
Datiefsınava
Locatiefsınavda
Ablatiefsınavdan
Genitiefsınavın
Mijn examensınavım
Jouw examensınavın
Zijn/haar examensınavı
Ons examensınavımız
Jullie/uw examensınavınız
Hun examen(s)sınavları
Onze examenssınavlarımız
In zijn/haar examenonun sınavında

Voorbeelden

Voorlezen gebruikt een synthetische Turkse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

Meedoen is nog niet slagen. Sınava girdim zegt dat ik het examen heb gedaan; sınavı geçtim dat ik ben geslaagd. In onun sınavı betekent sınavı zijn of haar examen. Voor een volgende naamvalsuitgang komt dan n: onun sınavında.

Probeer het zelf

  1. Vul de juiste vorm in: morgen doe ik dit examen.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    sınava

    sınava: gireceğim gaat over deelnemen aan het examen. Het zelfstandig naamwoord krijgt daarom de datief, ook met bu ervoor.

  2. Vul aan: ik ben geslaagd voor dit examen.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    sınavı

    sınavı: bu wijst een bepaald examen aan en geçtim zegt dat het behaald is. Dit bepaalde lijdend voorwerp krijgt -ı.

  3. Vul het meervoud in: onze examens beginnen morgen.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    sınavlarımız

    sınavlarımız: het gaat om meerdere examens die van ons zijn. Voeg -ımız toe na sınav + lar, dus na het meervoud.

  4. Vul aan: er waren drie vragen in zijn of haar examen.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    sınavında

    sınavında: onun geeft de bezitter aan. Na sınavı volgen n en de locatief -da; alleen sınavda zou het bezit niet uitdrukken.

Gebruik het vandaag

Bedenk drie zinnen: een examen doen, ervoor slagen en een gebeurtenis tijdens iemands examen. Markeer de naamvalsuitgangen en de bezitsachtervoegsels apart.