





Het idee
Hilfe anbieten is het aanbod; Hilfe annehmen is dat de ontvanger het aanvaardt. Um Hilfe bitten betekent op zichzelf niet dat de hulp al is aangekomen. Zu Hilfe kommen benadrukt dat je komt helpen bij een concrete moeilijkheid. Abhilfe schaffen is een andere woordcombinatie en verwijst naar het verhelpen van een probleem.
| Woordcombinatie | Betekenis in dit gebruik |
|---|---|
| Hilfe anbieten | Unterstützung in Aussicht stellen |
| um Hilfe bitten | Unterstützung erfragen |
| Hilfe annehmen | angebotene Unterstützung nutzen |
| Hilfe leisten | konkret unterstützen |
| zu Hilfe kommen | in einer Schwierigkeit unterstützend eingreifen |
| auf Hilfe angewiesen sein | ohne Unterstützung nicht zurechtkommen |
Herstel de uitdrukking, behoud de boodschap
Ich bitte dir Hilfe.Ich bitte dich um Hilfe.Bitten neemt de persoon aan wie je het vraagt in de vierde naamval (accusatief) en de gevraagde hulp met um. De vaste uitdrukking is jemanden um Hilfe bitten.
Voorbeelden
- Als der Karton reißt, bietet eine Nachbarin sofort Hilfe an.Als de doos scheurt, biedt een buurvrouw meteen hulp aan.Hilfe anbieten drukt in deze zin het aanbieden van hulp uit.
- Ich bitte dich um Hilfe beim Aufbau des Regals.Ik vraag je om hulp bij het opbouwen van de kast.um Hilfe bitten drukt in deze zin het vragen om hulp uit.
- Diesmal nimmt Oskar die angebotene Hilfe gerne an.Deze keer neemt Oskar de aangeboden hulp graag aan.Hilfe annehmen drukt in deze zin het aannemen van hulp uit.
- Die Gruppe leistet Hilfe beim Sortieren der gespendeten Bücher.De groep helpt bij het sorteren van de geschonken boeken.Hilfe leisten drukt in deze zin het verlenen van hulp uit.
- Als die Leiterin den schweren Tisch anhebt, kommt ihr Ben zu Hilfe.Als de leidster de zware tafel optilt, schiet Ben haar te hulp.zu Hilfe kommen drukt in deze zin het te hulp komen uit.
- Beim Transport des Klaviers sind wir auf Hilfe angewiesen.Bij het vervoer van de piano zijn we op hulp aangewezen.auf Hilfe angewiesen sein drukt in deze zin het afhankelijk zijn van hulp uit.
Voorlezen gebruikt een synthetische Duitse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.
Er is geen Duitse apparaatstem beschikbaar. Je kunt de tekst lezen en de gelinkte luisterbronnen gebruiken.
Let op
Bitten neemt de persoon aan wie je het vraagt in de vierde naamval (accusatief) en de gevraagde hulp met um. De vaste uitdrukking is jemanden um Hilfe bitten.
Probeer het zelf
Een buurvrouw zegt: „Ich kann mittragen.“ Heeft ze hulp aangeboden of al hulp aangenomen?
Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord
Sie hat Hilfe angeboten.
Sie hat Hilfe angeboten. De spreker biedt hulp aan; aannemen zou de ontvanger beschrijven.
Vraag beleefd om ondersteuning bij het opbouwen van een kast.
Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord
Könnte ich dich um Hilfe beim Aufbau des Regals bitten?
Könnte ich dich um Hilfe beim Aufbau des Regals bitten? Het verzoek gebruikt um Hilfe bitten en noemt de taak.
Formuleer: zonder ondersteuning kunnen we de piano niet vervoeren.
Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord
Wir sind beim Transport des Klaviers auf Hilfe angewiesen.
Wir sind beim Transport des Klaviers auf Hilfe angewiesen. Angewiesen sein drukt afhankelijkheid uit en geen vrijblijvende voorkeur.
Oefenronde
Beantwoord drie vragen en zet daarna drie Duitse zinnen weer in elkaar. We bewaren je score.
Een buurvrouw zegt: „Ich kann mittragen.“ Heeft ze hulp aangeboden of al hulp aangenomen?
Sie hat Hilfe angeboten.
Vraag beleefd om ondersteuning bij het opbouwen van een kast.
Könnte ich dich um Hilfe beim Aufbau des Regals bitten?
Formuleer: zonder ondersteuning kunnen we de piano niet vervoeren.
Wir sind beim Transport des Klaviers auf Hilfe angewiesen.
Tik de woorden in de juiste volgorde aan.
Tik de woorden in de juiste volgorde aan.
Tik de woorden in de juiste volgorde aan.
Bewaar je voortgang
Maak gratis een account aan om je oefenresultaten op te slaan en verder te gaan met het verhaal in het spel.
Account maken en opslaanIk heb al een accountGebruik het vandaag
Kies twee uitdrukkingen uit de tabel, bijvoorbeeld “Hilfe anbieten” en “Hilfe leisten”, en schrijf een korte Duitse uitwisseling waarin de situatie tussen de eerste en de tweede regel verandert. Houd de bedoelde betekenissen uit elkaar. Leg daarna uit waarom het werkwoord in elke combinatie past bij de handeling, de toestand of de reactie die je beschrijft.

