Leer een zelfstandig naamwoord samen met het werkwoord dat erbij hoort: eine Frage stellen (een vraag stellen), eine Entscheidung treffen (een beslissing nemen) en einen Fehler machen (een fout maken). Zo bouw je natuurlijke zinnen zonder ieder woord los te vertalen.






Het idee
Je zegt eine Frage stellen, eine Entscheidung treffen en einen Fehler machen; leer de hele combinatie.
| Duits woord / uitdrukking | Betekenis en gebruik |
|---|---|
| eine Frage | stellen — een vraag stellen |
| eine Entscheidung | treffen — een beslissing nemen |
| einen Spaziergang | machen — een wandeling maken |
| sich Zeit | nehmen — de tijd nemen |
| Verantwortung | übernehmen — verantwoordelijkheid op zich nemen |
| einen Fehler | machen — een fout maken |
| eine Prüfung | ablegen — een examen afleggen |
| eine Rolle | spielen — een rol spelen |
| Kontakt | aufnehmen — contact opnemen |
| Bescheid | geben — iemand laten weten / iemand bericht geven |
Bekijk andere valkuilen van letterlijk vertalen in Veelgemaakte Duitse fouten: patronen herkennen en herstellen
Gebruik deze combinaties in berichten aan collega’s met Duits op de werkvloer
Waarom je de hele woordcombinatie leert
Een Nederlands werkwoord krijgt niet in elke combinatie dezelfde Duitse vertaling: een beslissing nemen is eine Entscheidung treffen, maar een fout maken is einen Fehler machen. Eine Prüfung ablegen betekent een examen afleggen; eine Prüfung bestehen betekent ervoor slagen. Leer ook het voornaamwoord: sich Zeit nehmen wordt Ich nehme mir Zeit. Het scheidbare aufnehmen wordt Ich nehme Kontakt auf; in de voltooide tijd: Ich habe Kontakt aufgenommen.
Voorbeelden
- Darf ich eine Frage stellen?Mag ik een vraag stellen?
- Wir treffen morgen eine Entscheidung.We nemen morgen een beslissing.
- Sie macht jeden Abend einen Spaziergang.Ze maakt elke avond een wandeling.
- Nimm dir Zeit für die Antwort.Neem de tijd om te antwoorden.
- Er übernimmt heute die Verantwortung.Hij neemt vandaag de verantwoordelijkheid op zich.
- Ich habe einen Fehler gemacht.Ik heb een fout gemaakt.
Voorlezen gebruikt een synthetische Duitse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.
Er is geen Duitse apparaatstem beschikbaar. Je kunt de tekst lezen en de gelinkte luisterbronnen gebruiken.
Let op
Een letterlijke vertaling van een Nederlands werkwoord kan onnatuurlijk zijn. Eine Prüfung ablegen is een examen afleggen; eine Prüfung bestehen betekent slagen voor het examen. Dat verschil verandert de boodschap.
Probeer het zelf
Eine Frage ___. (stellen / machen)
Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord
stellen
Een vraag stellen is eine Frage stellen; machen past niet in deze vaste combinatie.
Eine Entscheidung ___. (treffen / bauen)
Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord
treffen
Een beslissing nemen is eine Entscheidung treffen; bouwen is bauen en past hier niet.
Ergänze: einen Fehler ___.
Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord
machen
Een fout maken is einen Fehler machen. Leer Fehler samen met het werkwoord machen.
Welches Wort sagt, dass die Prüfung erfolgreich war? Ich habe die Prüfung ___. (bestanden / abgelegt)
Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord
bestanden
„bestanden“ — Bestanden betekent dat je geslaagd bent. Abgelegt zegt alleen dat je het examen hebt afgelegd.
Oefenronde
Beantwoord drie vragen en zet daarna drie Duitse zinnen weer in elkaar. We bewaren je score.
Eine Frage ___. (stellen / machen)
Eine Entscheidung ___. (treffen / bauen)
Ergänze: einen Fehler ___.
Welches Wort sagt, dass die Prüfung erfolgreich war? Ich habe die Prüfung ___. (bestanden / abgelegt)
Tik de woorden in de juiste volgorde aan.
Tik de woorden in de juiste volgorde aan.
Tik de woorden in de juiste volgorde aan.
Bewaar je voortgang
Maak gratis een account aan om je oefenresultaten op te slaan en verder te gaan met het verhaal in het spel.
Account maken en opslaanIk heb al een accountGebruik het vandaag
Schrijf een kort dagverslag met vier combinaties van naamwoord en werkwoord. Leer ieder werkwoord samen met het passende naamwoord.

