Het idee

Wegstellen (ergens anders neerzetten) en vorbeipassen (erlangs passen) zijn scheidbare werkwoorden: met een modaal werkwoord blijft de infinitief heel, in een hoofdzin gaat het voorvoegsel naar het einde. “Vor der Tür” beschrijft een plaats, dus datief. “Den Zugang zum Fahrradraum blockieren” betekent de toegang tot de fietsenstalling blokkeren. Helfen krijgt altijd een persoon in de datief: “Ich helfe dir”, en “beim Tragen” gebruikt bei plus een tot zelfstandig naamwoord gemaakte infinitief voor de handeling.

Andere manieren om het te zeggen

“Gehört der Karton vor dem Fahrradraum dir?” – Een neutrale eerste stap als je niet weet van wie de doos is.

“Könnten Sie den Karton bitte zur Seite stellen?” – Formele Sie-versie voor een buur die je niet kent.

Voorbeelden

  • Könntest du den Karton vor der Tür wegstellen?Zou je de doos van voor de deur willen weghalen?
  • Blockiert er den Zugang zum Fahrradraum?Blokkeert hij de toegang tot de fietsenstalling?
  • Ja, mein Fahrrad passt nicht vorbei.Ja, mijn fiets kan er niet langs.
  • Ich trage den Karton gleich hoch.Ik draag de doos zo meteen naar boven.
  • Ich kann dir beim Tragen helfen.Ik kan je helpen met dragen.
  • Danke, zusammen geht es schneller.Bedankt, samen gaat het sneller.

Voorlezen gebruikt een synthetische Duitse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

“Ich kann dich beim Tragen helfen.” → “Ich kann dir beim Tragen helfen.”: in het Nederlands is “je helpen” een lijdend voorwerp, maar in het Duits krijgt helfen de datief. Het voornaamwoord moet dir (du) of Ihnen (Sie) zijn.

Probeer het zelf

  1. Vertaal naar het Duits: Zou je de doos van voor de deur willen weghalen?

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    Könntest du den Karton vor der Tür wegstellen?

    “Könntest” maakt het verzoek zachter; het object “den Karton” staat in de accusatief, “vor der Tür” in de datief voor de plaats, en “wegstellen” blijft heel aan het einde.

  2. Zet de woorden in de juiste volgorde: Fahrrad / Ja / mein / nicht / passt / vorbei

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    Ja, mein Fahrrad passt nicht vorbei.

    “Ja” staat buiten de zin; in de hoofdzin staat “passt” op de tweede plaats en gaat het voorvoegsel “vorbei” na “nicht” naar het einde.

  3. Schrijf deze zin in het Duits: Bedankt, samen gaat het sneller.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    Danke, zusammen geht es schneller.

    “Zusammen” staat op de eerste plaats, dus “geht” is tweede en het onpersoonlijke “es” volgt; “schneller” is een vergrotend bijwoord.

Gebruik het vandaag

Schrijf een vriendelijk briefje voor de deur van de fietsenstalling waarin je de eigenaar van de dozen vraagt ze weg te halen, en leg uit waarom de ingang vrij moet blijven.