

Het idee
“Sich lassen” plus infinitief werkt als een passief van mogelijkheid: “Die Tür lässt sich nicht öffnen” (de deur kan niet geopend worden). Hineinpassen (erin passen) is scheidbaar, dus hinein gaat naar het einde van zijn zin. “Laut” plus een zelfstandig naamwoord betekent volgens: laut Beschriftung. “Aufschließen” betekent openmaken met een sleutel; het tegenovergestelde is abschließen. De verleden tijd “konnte” (Präteritum van können) is de gebruikelijke vorm voor vroeger kunnen.
Andere manieren om het te zeggen
“Der Schlüssel klemmt im Schloss.” – Klemmen betekent vastzitten of klemmen; kort en gebruikelijk.
“Das Schloss geht schwer, ich bekomme die Tür nicht auf.” – Informele beschrijving van een stroef slot.
Voorbeelden
- Der Schlüssel passt hinein, lässt sich aber nicht drehen.De sleutel past erin, maar laat zich niet draaien.
- Ist es der Schlüssel für diese Tür?Is het de sleutel voor deze deur?
- Laut Beschriftung gehört er zum Fahrradraum.Volgens het etiket hoort hij bij de fietsenstalling.
- Hat er früher an dieser Tür funktioniert?Werkte hij eerder wel op deze deur?
- Gestern konnte ich damit noch aufschließen.Gisteren kon ik hiermee nog openmaken.
- Ich zeige Ihnen, was genau passiert.Ik laat u precies zien wat er gebeurt.
Voorlezen gebruikt een synthetische Duitse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.
Er is geen Duitse apparaatstem beschikbaar. Je kunt de tekst lezen en de gelinkte luisterbronnen gebruiken.
Let op
“Der Schlüssel passt hinein, aber dreht nicht.” → “Der Schlüssel passt hinein, lässt sich aber nicht drehen.”: Drehen heeft een object of sich nodig; een sleutel draait niet uit zichzelf. Gebruik “lässt sich nicht drehen” of “dreht sich nicht”. Een nieuwe zin na aber heeft ook een eigen onderwerp nodig: “aber er dreht sich nicht”.
Probeer het zelf
Vertaal naar het Duits: De sleutel past erin, maar laat zich niet draaien.
Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord
Der Schlüssel passt hinein, lässt sich aber nicht drehen.
Twee zinsdelen delen het onderwerp “Der Schlüssel”; het tweede gebruikt “lässt sich … drehen” en plaatst “aber” na het werkwoord.
Zet de woorden in de juiste volgorde: Beschriftung / er / Fahrradraum / gehört / Laut / zum
Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord
Laut Beschriftung gehört er zum Fahrradraum.
“Laut Beschriftung” opent de zin, dus “gehört” komt tweede; “zum Fahrradraum” is zu + dem.
Schrijf deze zin in het Duits: Ik laat u precies zien wat er gebeurt.
Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord
Ich zeige Ihnen, was genau passiert.
“Zeigen” krijgt de datief “Ihnen”; de indirecte vraag “was genau passiert” zet het werkwoord aan het einde.
Oefenronde
Beantwoord drie vragen en zet daarna drie Duitse zinnen weer in elkaar. We bewaren je score.
Vertaal naar het Duits: De sleutel past erin, maar laat zich niet draaien.
Der Schlüssel passt hinein, lässt sich aber nicht drehen.
Zet de woorden in de juiste volgorde: Beschriftung / er / Fahrradraum / gehört / Laut / zum
Laut Beschriftung gehört er zum Fahrradraum.
Schrijf deze zin in het Duits: Ik laat u precies zien wat er gebeurt.
Ich zeige Ihnen, was genau passiert.
Tik de woorden in de juiste volgorde aan.
Tik de woorden in de juiste volgorde aan.
Tik de woorden in de juiste volgorde aan.
Bewaar je voortgang
Maak gratis een account aan om je oefenresultaten op te slaan en verder te gaan met het verhaal in het spel.
Account maken en opslaanIk heb al een accountGebruik het vandaag
Schrijf een bericht aan een huismeester waarin je een slot- of sleutelprobleem beschrijft: wat past, wat niet beweegt, en wanneer het voor het laatst werkte.

