Het idee

Bezit druk je uit met gehören plus datief: “Die Kiste gehört mir/dir/ihr.” “Gehören zu” betekent deel uitmaken van een groep (“Das gehört zum Fahrrad”), niet bezitten. Kleuren zijn bijvoeglijke naamwoorden met uitgangen: die blaue Kiste, einen weißen Deckel. “Umstellen” is scheidbaar: “Ich stelle sie nicht um.” “Wiederfinden” is ook scheidbaar, dus in een hoofdzin gaat “wieder” naar het einde: “Die Person findet ihre Sachen wieder.”

Andere manieren om het te zeggen

“Weißt du, wem die blaue Kiste gehört?” – Indirecte vraag; goed als de persoon waarschijnlijk niet de eigenaar is.

“Im Keller steht eine blaue Kiste ohne Namen. Gehört sie jemandem von euch?” – Kant-en-klaar bericht voor een groepschat van het gebouw.

Voorbeelden

  • Gehört dir die blaue Kiste im Keller?Is de blauwe krat in de kelder van jou?
  • Nein, meine Kiste hat einen weißen Deckel.Nee, mijn krat heeft een wit deksel.
  • Dann frage ich noch in der Hausgruppe.Dan vraag ik het ook nog in de gebouwgroep.
  • Bitte beschreibe auch den Aufkleber darauf.Beschrijf alsjeblieft ook de sticker erop.
  • Ich stelle sie bis dahin nicht um.Tot dan verplaats ik hem niet.
  • Gut, so findet die Person ihre Sachen wieder.Goed, zo kan de persoon zijn spullen terugvinden.

Voorlezen gebruikt een synthetische Duitse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

“Gehört die blaue Kiste zu dir?” → “Gehört dir die blaue Kiste?”: Gehören zu beschrijft lidmaatschap of deel uitmaken van iets. Om naar bezit te vragen, gebruik je gehören met een gewoon voornaamwoord in de datief.

Probeer het zelf

  1. Vertaal naar het Duits: Is de blauwe krat in de kelder van jou?

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    Gehört dir die blaue Kiste im Keller?

    Het werkwoord “Gehört” opent de vraag; de korte datief “dir” staat voor het langere onderwerp “die blaue Kiste im Keller”.

  2. Zet de woorden in de juiste volgorde: Dann / der / frage / Hausgruppe / ich / in / noch

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    Dann frage ich noch in der Hausgruppe.

    “Dann” begint de zin, dus “frage” is tweede; “noch” voegt een extra stap toe, en “in der Hausgruppe” is datief.

  3. Schrijf deze zin in het Duits: Goed, zo kan de persoon zijn spullen terugvinden.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    Gut, so findet die Person ihre Sachen wieder.

    “So” betekent op deze manier en staat op de eerste plaats; “findet … wieder” splitst het scheidbare werkwoord wiederfinden.

Gebruik het vandaag

Schrijf een bericht voor je gebouwgroep waarin je een voorwerp zonder naam beschrijft dat je hebt gevonden, waar het staat, en dat je het voorlopig laat staan.