Het idee

Ohne neemt altijd de accusatief. Zonder lidwoord krijgt het bijvoeglijk naamwoord de sterke uitgang, dus mannelijk Preis geeft “ohne sichtbaren Preis”. “Es gibt” plus accusatief vraagt of iets bestaat of beschikbaar is. Beleg, Bon, Kassenbon en Quittung worden allemaal gebruikt voor een kassabon; Geschenkbeleg is de cadeauversie. “Nachfragen, ob …” stuurt het werkwoord naar het einde: “ob wir das anbieten”.

Andere manieren om het te zeggen

“Können Sie mir einen Geschenkbeleg ausdrucken?” – Gebruikt de exacte term; neutraal en beleefd.

“Kann man die Tasche mit diesem Beleg umtauschen?” – Controleert of de ontvanger het cadeau kan ruilen.

Voorbeelden

  • Gibt es einen Beleg ohne sichtbaren Preis?Is er een bon zonder zichtbare prijs?
  • Meinen Sie einen Geschenkbeleg?Bedoelt u een cadeaubon?
  • Ja, die Tasche ist ein Geschenk.Ja, de tas is een cadeau.
  • Ich frage nach, ob wir das anbieten.Ik ga vragen of we dat aanbieden.
  • Welche Angaben stehen dann darauf?Welke gegevens staan er dan op?
  • Das kann Ihnen die Kollegin an der Kasse erklären.Dat kan de collega aan de kassa u uitleggen.

Voorlezen gebruikt een synthetische Duitse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

“Gibt es einen Beleg ohne sichtbarer Preis?” → “Gibt es einen Beleg ohne sichtbaren Preis?”: Ohne neemt de accusatief. Zonder lidwoord toont het bijvoeglijk naamwoord zelf de naamval, dus mannelijk accusatief krijgt -en: sichtbaren.

Probeer het zelf

  1. Vertaal in het Duits: Is er een bon zonder zichtbare prijs?

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    Gibt es einen Beleg ohne sichtbaren Preis?

    “Gibt es” vraagt naar beschikbaarheid; “einen Beleg” is accusatief, en “ohne sichtbaren Preis” gebruikt de sterke uitgang van het bijvoeglijk naamwoord.

  2. Zet de woorden in de juiste volgorde: die / ein / Geschenk / ist / Ja / Tasche

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    Ja, die Tasche ist ein Geschenk.

    “Ja” bevestigt; “die Tasche” is het onderwerp, en “ein Geschenk” is een naamwoordelijk gezegde in de nominatief na sein.

  3. Schrijf deze zin in het Duits: Dat kan de collega aan de kassa u uitleggen.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    Das kann Ihnen die Kollegin an der Kasse erklären.

    Het lijdend voorwerp “Das” staat vooraan; “kann” staat op de tweede plaats, daarna volgen de datief “Ihnen” en het onderwerp “die Kollegin an der Kasse”, en “erklären” staat aan het einde.

Gebruik het vandaag

Vraag de volgende keer dat je een cadeau koopt aan de kassa om een cadeaubon, en vraag of de ontvanger het artikel er dan mee kan ruilen.