Het idee

Wiegen (wegen) is een sterk werkwoord: wiegt, wog, gewogen. “Gehören zu” plus datief laat zien wat bij elkaar hoort: “die Nummer gehört zu dieser Sorte”. Sorte betekent soort of variëteit. “Kleben auf” plus accusatief beschrijft waar je iets op plakt: “auf den Beutel kleben”. De gewoonte verschilt: sommige winkels wegen aan de kassa, dus zoek naar een weegschaal in de buurt van de groente en het fruit.

Andere manieren om het te zeggen

“Wird das Obst hier an der Kasse gewogen?” – Vraagt of de kassa het weegt; lijdende vorm.

“Wo ist hier die Waage?” – Korte, directe vraag aan iemand in de buurt.

Voorbeelden

  • Muss ich die Birnen hier selbst wiegen?Moet ik de peren hier zelf wegen?
  • Bei uns steht die Waage neben dem Obst.Bij ons staat de weegschaal naast het fruit.
  • Welche Nummer gehört zu dieser Sorte?Welk nummer hoort bij deze soort?
  • Die Nummer finden Sie am Preisschild.Het nummer vindt u op het prijsbordje.
  • Klebe ich das Etikett auf den Beutel?Plak ik het etiket op het zakje?
  • Ja, dann kann die Kasse es lesen.Ja, dan kan de kassa het scannen.

Voorlezen gebruikt een synthetische Duitse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

“Welche Nummer gehört zu diese Sorte?” → “Welche Nummer gehört zu dieser Sorte?”: Zu neemt altijd de datief. Bij een vrouwelijk zelfstandig naamwoord zoals Sorte wordt het aanwijzend voornaamwoord diese dieser.

Probeer het zelf

  1. Vertaal in het Duits: Moet ik de peren hier zelf wegen?

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    Muss ich die Birnen hier selbst wiegen?

    “Muss ich” vraagt naar een verplichting; “selbst” benadrukt dat je het zelf doet, en “wiegen” sluit de vraag af.

  2. Zet de woorden in de juiste volgorde: dieser / gehört / Nummer / Sorte / Welche / zu

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    Welche Nummer gehört zu dieser Sorte?

    “Welche Nummer” is het onderwerp; “gehört zu dieser Sorte” gebruikt zu met de vrouwelijke datiefuitgang -er.

  3. Schrijf deze zin in het Duits: Ja, dan kan de kassa het scannen.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    Ja, dann kann die Kasse es lesen.

    “Dann” opent de zin; “es” verwijst naar das Etikett, en “lesen” is de infinitief na het modale werkwoord “kann”.

Gebruik het vandaag

Zoek bij je volgende supermarktbezoek de weegschaal voor groente en fruit, let op hoe die om het product vraagt, en schrijf één vraag die je er aan het personeel over zou kunnen stellen.