Het idee

Der Automat is een zwak mannelijk zelfstandig naamwoord: den Automaten, dem Automaten. Het perfectum hat … ausgegeben gebruikt haben, en het scheidbare voorvoegsel blijft in het voltooid deelwoord. Wurde … abgebucht is de verleden tijd van de lijdende vorm: het geld is afgeschreven. Sich an jemanden wenden (zich tot iemand wenden) heeft de accusatief na an. In een indirecte vraag na Können Sie mir sagen komt het vervoegde werkwoord aan het eind.

Andere manieren om het te zeggen

“Der Automat hat mein Geld genommen, aber nichts herausgegeben.” – Beschrijft beide kanten van het probleem in één zin.

“Wer ist für den Automaten zuständig?” – Directe, neutrale vraag naar de verantwoordelijke persoon.

Voorbeelden

  • Der Automat hat meine Flasche nicht ausgegeben.De automaat heeft mijn fles niet uitgegeven.
  • Welcher Automat ist das genau?Welke automaat is het precies?
  • Er steht am Eingang neben dem Aufzug.Hij staat bij de ingang naast de lift.
  • Wurde der Betrag trotzdem abgebucht?Is het bedrag toch afgeschreven?
  • Ja, die Zahlung erscheint in meiner Übersicht.Ja, de betaling staat in mijn overzicht.
  • Können Sie mir sagen, an wen ich mich wenden soll?Kunt u mij zeggen bij wie ik terechtkan?

Voorlezen gebruikt een synthetische Duitse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

“Können Sie mir sagen, an wen soll ich mich wenden?” → “Können Sie mir sagen, an wen ich mich wenden soll?”: Na Können Sie mir sagen wordt de vraag een indirecte vraag, dus een bijzin. Het vervoegde werkwoord soll gaat daarom naar het eind.

Probeer het zelf

  1. Vertaal naar het Duits: De automaat heeft mijn fles niet uitgegeven.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    Der Automat hat meine Flasche nicht ausgegeben.

    Hat … ausgegeben is het perfectum. Nicht staat voor het voltooid deelwoord om de handeling te ontkennen, en meine Flasche is het lijdend voorwerp in de accusatief.

  2. Zet de woorden in de juiste volgorde: am / Aufzug / dem / Eingang / Er / neben / steht

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    Er steht am Eingang neben dem Aufzug.

    Er vervangt der Automat. Am Eingang en neben dem Aufzug staan allebei in de datief, omdat ze een vaste plaats beschrijven en geen beweging.

  3. Schrijf deze zin in het Duits: Kunt u mij zeggen bij wie ik terechtkan?

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    Können Sie mir sagen, an wen ich mich wenden soll?

    De hoofdzin is een beleefde vraag; an wen … soll is een indirecte vraag met het werkwoord aan het eind. Mich is wederkerend bij sich wenden.

Gebruik het vandaag

Een snoepautomaat op je werk heeft je pinpas belast maar niets uitgegeven. Vertel de receptie wat er is gebeurd, waar de automaat staat en vraag bij wie je terechtkunt.