Het idee

“Dabei sein, etwas zu tun” drukt een handeling uit die bezig is, vergelijkbaar met het Nederlandse “aan het … zijn”. “Kurz davor sein/stehen, etwas zu tun” betekent op het punt staan iets te doen. Bij scheidbare werkwoorden komt zu tussen voorvoegsel en stam: zusammenzupacken. Loszugehen wordt op dezelfde manier gevormd, al schrijft de pagina “kurz davor loszugehen” zonder komma, wat is toegestaan. Der Aufbruch is het vertrekken.

Andere manieren om het te zeggen

“Ich bin gleich weg.” – Informeel en heel kort; gezegd bij het weggaan.

“Ich wollte gerade los.” – Informeel; de verleden tijd van wollen zegt zacht dat je net wilde vertrekken.

“Ich bin im Begriff zu gehen.” – Formeel en enigszins literair; zeldzamer in gesproken taal.

Voorbeelden

  • Ich bin gerade dabei, meine Sachen für den Aufbruch zusammenzupacken.Ik ben net mijn spullen aan het inpakken om te vertrekken.
  • Kannst du vorher noch diese Notiz lesen?Kun je dit briefje nog lezen voordat je gaat?
  • Ich stehe kurz davor loszugehen, habe aber noch zwei Minuten.Ik sta op het punt te vertrekken, maar ik heb nog twee minuten.
  • Dann nenne ich dir nur den wichtigsten Punkt.Dan noem ik je alleen het belangrijkste punt.
  • Die ausführliche Erklärung lese ich später nach.De uitgebreide uitleg lees ik later na.
  • Gut, dann halten wir die Übergabe jetzt kurz.Goed, dan houden we de overdracht nu kort.

Voorlezen gebruikt een synthetische Duitse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

“Ich bin gerade dabei, meine Sachen zu zusammenpacken.” → “Ich bin gerade dabei, meine Sachen zusammenzupacken.”: Bij scheidbare werkwoorden staat zu tussen het voorvoegsel en de stam en wordt het aaneengeschreven: zusammenzupacken, niet “zu zusammenpacken”.

Probeer het zelf

  1. Vertaal naar het Duits: Ik ben net mijn spullen aan het inpakken om te vertrekken.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    Ich bin gerade dabei, meine Sachen für den Aufbruch zusammenzupacken.

    “Gerade dabei” plus een zu-infinitief na de komma. Zu staat in zusammenzupacken; “für den Aufbruch” geeft het doel.

  2. Zet de woorden in de juiste volgorde: aber / davor / habe / Ich / kurz / loszugehen / Minuten / noch / stehe / zwei

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    Ich stehe kurz davor loszugehen, habe aber noch zwei Minuten.

    “Kurz davor stehen” plus loszugehen, met zu in het midden. “Habe aber noch zwei Minuten” beperkt de beschikbare tijd.

  3. Schrijf deze zin in het Duits: Goed, dan houden we de overdracht nu kort.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    Gut, dann halten wir die Übergabe jetzt kurz.

    “Kurz halten” betekent iets kort houden. Dann en jetzt koppelen de beslissing aan de zojuist genoemde tijdslimiet.

Gebruik het vandaag

Je zus belt net als je je jas aantrekt om de bus te halen. Zeg haar dat je op het punt staat te vertrekken, zeg hoeveel minuten je hebt en bied aan later terug te bellen.