Het idee

“Weder A noch B” betekent noch A noch B. Als beide onderwerpen enkelvoud zijn, staat het werkwoord meestal in het enkelvoud (passt), al wordt het meervoud ook geaccepteerd. “Passen zu” neemt de datief: zu meinem Plan. Wäre (Konjunktiv II) laat je alternatief als een aanbod klinken. “Zusagen” betekent aannemen of je vastleggen; keiner/keinen davon betekent geen van beide.

Andere manieren om het te zeggen

“Beide Termine passen mir leider nicht.” – Neutraal en eenvoudig; een zachter alternatief voor weder … noch.

“Keiner der beiden Vorschläge geht bei mir.” – Informeel; “geht bei mir” betekent dat het bij mij lukt.

“Leider kann ich weder Montag noch Dienstag zusagen.” – Formeel; geschikt voor antwoorden op afspraakverzoeken.

Voorbeelden

  • Weder der frühe noch der späte Termin passt zu meinem Plan.Noch de vroege noch de late afspraak past in mijn planning.
  • Gibt es dazwischen ein mögliches Zeitfenster?Is er daartussen een mogelijk tijdvenster?
  • Zwischen elf und dreizehn Uhr wäre ich frei.Tussen elf en één uur ben ik vrij.
  • Dann suchen wir nach einer dritten Möglichkeit.Dan zoeken we naar een derde mogelijkheid.
  • Die beiden bisherigen Vorschläge kann ich nicht zusagen.Ik kan niet instemmen met een van de twee eerdere voorstellen.
  • Gut, ich trage noch keinen davon fest ein.Goed, ik noteer er voorlopig nog geen definitief in.

Voorlezen gebruikt een synthetische Duitse stem op je apparaat. Kwaliteit en beschikbaarheid verschillen; je uitspraak wordt niet beoordeeld.

Let op

“Weder der frühe noch der späte Termin passt nicht.” → “Weder der frühe noch der späte Termin passt.”: Weder … noch is zelf al ontkennend. Nicht toevoegen levert een dubbele ontkenning op, die standaardduits niet toestaat.

Probeer het zelf

  1. Vertaal naar het Duits: Noch de vroege noch de late afspraak past in mijn planning.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    Weder der frühe noch der späte Termin passt zu meinem Plan.

    “Weder der frühe noch der späte Termin” is één onderwerp op de eerste plaats; passt volgt. Zu neemt de datief.

  2. Zet de woorden in de juiste volgorde: dreizehn / elf / frei / ich / Uhr / und / wäre / Zwischen

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    Zwischen elf und dreizehn Uhr wäre ich frei.

    “Zwischen elf und dreizehn Uhr” komt eerst, dus wäre staat op de tweede plaats. Konjunktiv II maakt van het tijdvenster een aanbod.

  3. Schrijf deze zin in het Duits: Goed, ik noteer er voorlopig nog geen definitief in.

    Toon het antwoord of een voorbeeldantwoord

    Gut, ich trage noch keinen davon fest ein.

    “Fest eintragen” betekent definitief noteren; eintragen wordt gesplitst: trage … ein. “Noch keinen davon” houdt beide open.

Gebruik het vandaag

Een reparatiedienst biedt dinsdag om 8 uur of donderdag om 18 uur aan. Wijs beide af met weder … noch en Sie en stel zelf een tijdvenster voor.